Premium

Museumdirecteur Kranenburgh: ’Kwalitatief spelen we landelijk mee’

1/4
Bergen

Haar voorgangers hadden uitgesproken meningen over Kranenburgh. Volgens Jaap Bruintjes zou het de ’culturele huiskamer van Bergen’ worden en Kees Wieringa vond dat Kranenburgh niet alleen voor het echte museumpubliek moest zijn, maar een ’museum van iedereen’ met ’100.000 bezoekers per jaar’. En de langgekoesterde wens in kunstenaarsdorp Bergen was dat Kranenburgh moet meespelen in de eredivisie van de Nederlandse musea. Waar staat het museum nu en aan wie heeft het wat te bieden? We vragen het huidig directeur Mariëtte Dölle.

Waar bevindt Kranenburgh zich op de schaal van dorpsmuseum tot, laten we zeggen, Boijmans van Beuningen?

,,Onze positie zie ik zonnig. Kranenburgh is inmiddels niet meer weg te denken uit het gemeenschapsleven van Bergen en Alkmaar, van Noord-Holland Noord, zou ik bijna zeggen. We zijn geen Boijmans, maar we kijken wel boven de horizon van Noord-Holland uit. We kunnen ons in schaal misschien niet meten met de grote nationale spelers, maar kwalitatief kunnen we met onze exposities wel landelijk meespelen.’’

De kritiek luidt vaak dat Kranenburgh veel te veel geld kost.

,,De meeste musea in Nederland worden voor 75 procent gefinancierd door de overheid. Wij niet. We krijgen eenderde van ons geld van de overheid, de rest verdienen we zelf. Met inkomsten van het museum, van private begunstigers en subsidie. Kunst kost altijd geld, maar je krijgt er ook iets voor terug. We bieden een centrale plek waar je bijzondere dingen kunt beleven, kinderen en jongeren leren wat creativiteit betekent en wat je ermee kunt en we bieden een plek aan vrijwilligers uit Bergen en de wijde omgeving.’’

Wie komt er naar Kranenburgh, de kunstelite, of de man van de straat?

,,We zien steeds meer niet-klassieke museumbezoekers: families. We vinden het heel belangrijk, dat je hier binnen de mensen ziet die je op straat ook tegenkomt. En er komen steeds meer Amsterdammers. Amsterdam loopt over van de toeristen, dus de Amsterdammers zelf komen naar hun ’achtertuin’ toe. Dat is een publiek dat wel wat gewend is, dus ’you better be good’, als ze hierheen komen.’

En wat moet het museum ze te bieden hebben?

,,Publiek moet het gesprek van de straat hier kunt voortzetten. De expositie Bloot sluit bijvoorbeeld aan op de me-too-dicussie. Je moet hier in gesprek kunnen gaan met elkaar en met de kunst. Een museum moet ook discussie oproepen. Het gaat niet om gestolde geschiedenis, we moeten meegaan met de tijd, een platform zijn waar je je een mening kunt vormen.’’

Wat waren de hoogtepunten in de afgelopen jaren?

,,Absoluut de expositie ’Silence out Loud’, samengesteld door Joost Zwagerman. Zijn overlijden in dezelfde periode zorgde voor dubbele gevoelens, maar die tentoonstelling maakte echt veel indruk op het publiek. Mensen bleven heel lang kijken.’’

,,Ook bijzonder was de expositie over Ans Wortel deze zomer. Een beetje wrang ook, zij werd 25 jaar geleden uit Kranenburgh gejaagd ten behoeve van het museum. Opmerkelijk was vooral de onorthodoxe opstelling van de tentoonstelling. Haar werk hing niet chronologisch op een rijtje, het publiek was echt bij haar op bezoek. We hebben eigenlijk haar huis gerecreëerd. Omdat we een relatief jong museum zijn en niet heel groot, kunnen we dit soort dingen doen. We zijn klein genoeg en voldoende wendbaar om niet altijd te moeten doen wat anderen doen.’’

Wat kunnen we de komende jaren verwachten?

,,Dat we goed meedraaien in het landelijke verhaal, boven het maaiveld uit blijven steken. Bijvoorbeeld door exposities van internationale allure binnen te halen. We beginnen met internationale samenwerking. De eerste is volgend jaar met een Belgisch museum, waarmee we een expositie van Vlaamse expressionisten brengen.’’

Zit u er over pakweg vijf jaar nog?

,,Dat hoop ik wel. Ik heb nog meer dan genoeg wensen en dromen te verwezenlijken. En er zijn nog genoeg losse eindjes. Denk aan het museumdepot, waar we een nieuwe plek voor moeten creëren, en de beeldentuin, waar we nog meer mee willen doen, maar ook aan de collectie. Ik zou bijvoorbeeld nog heel graag een kernwerk van Charley Toorop verwerven en andere, echte sleutelwerken van de Bergense School-kunstenaars die hier gewoond en gewerkt hebben.’’

Lees ook: Kranenburgh speelt zich meer in de kijker

Lees ook: Van aanwinst tot drukdoenerij

Lees ook: Feestje voor iedereen (programma)

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen