Column Sara Polak: De lange weg naar perfectie

1/2

De vraag of kinderen op school in Nederland, al dan niet staand, het Wilhelmus moeten leren zingen, leek ineens cruciaal bij de kabinetsformatie. Door die discussie dacht ik terug aan de paar sportwedstrijden die ik in de VS meemaakte.

Bij die gelegenheden luisterde iedereen – sporters, publiek, cheerleaders, snoepverkopers – voor de wedstrijd begon, staand, veelal met de hand op het hart en de ogen gericht op de vlag, naar het Amerikaanse volkslied. Het betrof geen wedstrijden van het nationale team; ze doen dat in de VS gewoon vaak. Kinderen zweren op school hun trouw aan de vlag en de idealen waar die voor staat. Miljoenen Amerikaanse burgers en bedrijven hebben standaard de nationale vlag uithangen.

Vaderlandsliefde

Dat vertoon van vaderlandsliefde maakt op mij altijd een vreemde indruk – als wij in Nederland hetzelfde zouden doen, zou het ofwel potsierlijk ofwel doodeng zijn. In de VS bestaat die enge, nationalistische variant ook. Maar patriottisme is in de VS een breder fenomeen – niet uitsluitend geassocieerd met politiek rechts. Juist niet eigenlijk. De allereerste president, George Washington, is mede zo’n mythische figuur omdat hij partijpolitiek afwees. Hij beschouwde politieke partijen als bedreiging voor het collectieve landsbelang. Hij had wel een punt: de twee partijen in het Congres saboteren elkaars initiatieven tegenwoordig zo intensief, dat het land praktisch onbestuurbaar wordt.

Natuurlijk zitten er ook ideologische haken en ogen aan Amerikaanse vaderlandsliefde. Het is vrij normaal in de VS om te geloven dat Amerika het beste, meest vrijheidlievende, gelijke en gezegende land is. Eigenlijk is het land natuurlijk door Europese kolonisten afgepikt van de oorspronkelijke bewoners, die in de loop van een paar eeuwen tamelijk systematisch zijn verdreven en uitgemoord. Kolonisten die bovendien miljoenen Afrikaanse slaven importeerden, uitbuitten, verkrachtten en vermoordden. Kolonisten die – zoals een native American collega regelmatig bitter memoreert – nooit zijn opgehoepeld en dat ook niet zullen doen. Het romantische beeld van een ’Manifest Destiny’, het idee dat Amerika klaarblijkelijk is voorbestemd om het grootste, mooiste en bazigste land ter wereld te zijn, is om die en allerlei andere redenen problematisch.

Veel Amerikanen willen dat beslist niet weten. Verbijsterend vond ik de reacties op een zwarte topsporter, Colin Kaepernick, die uit protest tegen institutioneel racisme niet rechtop stond tijdens het volkslied, maar op één voet en één knie. Het verstoorde niets en zag er respectvol uit, maar duizenden Amerikanen waren witheet.

Kritische reflectie

Een deel van de volkslied-zingende vlaggen-zwaaiende Amerikanen is zich wel degelijk bewust van de problemen. Ze kunnen tegelijkertijd de star-spangled banner in hun tuin hebben én kritisch en goedgeïnformeerd zijn over Amerika en zijn fundamentele weeffouten. De focus op patriottisme zorgt voor irrationele superioriteitsgevoelens, maar geeft ook ruimte voor kritische reflectie op waar Amerika, toen en nu, voor staat. Wat het land gedaan heeft en had moeten doen, welke groepen onderdrukt en buitengesloten worden, en hoe Amerika onrecht alsnog kan rechtzetten. Veel nationale verhalen bieden ruimte om misstanden te erkennen en tegelijk trots te zijn op de gestage collectieve vooruitgang.

Niet dat dat erkennen altijd vlotjes gaat. De slavernij mag afgeschaft zijn, maar ras en racisme blijven factoren van levensbelang. De 120.000 Japans-Amerikaanse burgers die na de aanval door Japan op Pearl Harbor (1941) massaal en zonder redelijke verdenking of proces, puur op basis van hun afkomst, jarenlang in kampen werden opgesloten, kregen pas vijftig jaar later officiële excuses. Anderzijds, het verhaal over deze historische blunder wordt al veel langer verteld, op school en in films, documentaires, musea en boeken. Dat is niet een kwestie van zelfkastijding, maar van het tonen van de weg naar een beter, rechtvaardiger Amerika.

Sowieso zijn Amerikanen dol op verhalen als middel om hun individuele en collectieve identiteit te bevestigen en te creëren. Al in achttiende eeuw moesten nieuwkomers uit Europa die zich bij een gemeenschap wilden voegen in het openbaar hun verhaal vertellen, voor ze door de religieuze en wereldlijke gemeenschap werden geaccepteerd. Wat bracht de nieuweling naar de nieuwe wereld? Zo werd het overtuigend vertellen van je eigen verhaal een soort toelatingstest. Meer dan om afkomst, ging het voor Europese kolonisten om de persoonlijke, spirituele reis die je had gemaakt.

Datzelfde geldt op nationaal niveau. De opening van de Amerikaanse Grondwet stelt dat ’We the people’ gezamenlijk op weg zijn naar ’a more perfect union’ – een nog perfecter geheel. Daar zit natuurlijk een paradox in: ’nog perfecter’ suggereert dat de oorspronkelijke perfectie toch tegenviel. Het was weliswaar niet echt perfect, is de redenering, maar we zijn altijd op weg naar een betere en rechtvaardigere toekomst voor iedereen. Enerzijds staat dat haaks op Donald Trumps ’Make America great again’ – hij wil tenslotte terug naar iets van vroeger. Maar anderzijds past het er ook naadloos in: ,,we leken even te zijn afgedwaald van onze voorbestemde greatness, maar nu hebben we de slag weer te pakken.’’

Dreamers

Dit is natuurlijk allemaal retoriek, een spel met woorden en verhalen. Maar wel een machtig spel. Je kunt – juridisch niet, maar cultureel wel – een echte Amerikaan worden door je verhaal te vertellen over hoe jouw persoonlijke zoektocht je naar dat perfecte land leidde. Het gaat volgens dit ideaal om ’routes’, niet om ’roots’. De werkelijkheid is natuurlijk anders. Waar je wieg staat, maakt in de VS ontzettend veel uit voor je kansen, en perfectie ligt echt niet om de hoek. Trumps besluit om 800.000 ’dreamers’, jongeren die als kind naar de VS werden meegenomen, alsnog uit te zetten benadrukt de leegte van de American Dream voor deze groep.

Zo zijn er legio wrange voorbeelden van Amerikaanse imperfectie. Maar toch biedt de structuur van het verhaal Amerikanen ruimte om de nare kanten van heden en verleden te erkennen en tegelijk trots te zijn op collectieve idealen en goede voornemens voor de toekomst. Dat zie ik het Wilhelmus nog niet doen.

Meer nieuws uit Nieuws

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons