Verhalenbundel over Bergen en Schoorl: van tovertuin tot schrijvershuisje

Verhalenbundel over Bergen en Schoorl: van tovertuin tot schrijvershuisje
Vanaf linksboven met de klok mee: Adriaan van Dis en Hans van Marwijk tijdens de filmopnamen (Foto Gerard Koopen), de cover van ’Hier is zon, zee en zand’, Theo Olthuis (Foto Peter H. Toxopeus), illustratie van Teun de Jager uit de tiende druk van ’Camera Obscura’ en de tuin van pension Bloemhof in 1954, met geheel links Jeroen Krabbé en derde van links zijn latere vrouw Herma.
Groet

Wuivend helmgras, golvende duinen, water tot voorbij de horizon en uitgestrekte bossen; schrijvers en kunstenaars laten zich al tijden inspireren door de rust en de schoonheid van Bergen en Schoorl. Medio 19e eeuw al Nicolaas Beets, maar later ook Jan de Hartog, Anja Meulenbelt en vanzelfsprekend Adriaan van Dis. Kees de Bakker uit Groet bundelde vanwege het 35-jarig bestaan van zijn uitgeverij Conserve een verzameling verhalen over en herinneringen aan Bergen en Schoorl: ’Hier is zon, zee en zand’. Zondag is de presentatie.

De twee pittoreske dorpen en hun omgeving herbergen veel herinneringen. Zo staat het huis met ’tovertuin’, waar schrijfster Anja Meulenbelt in haar jeugd zo vaak speelde, nog op de hoek van het Wiertdijkje in Bergen: het atelierhuis van haar opa, schilder Jan Ponstijn.

Schrijvershuisje

Ook het schrijvershuisje waar Jan de Hartog ooit zijn ’Hollands Glorie’ optekende, staat nog steeds achter de boerderij aan de Smeerlaan in Schoorl. De Hartog en zijn eerste vrouw, kunstschilder Lydia van Schagen, noemden de boerderij Lands End. Maar het had beter ’Love’s End’ kunnen heten, schrijft hun zoon Arnold de Hartog, doelend op de scheiding van zijn ouders, waarvoor in Schoorl de basis werd gelegd. Desondanks heeft hij er mooie herinneringen aan, vooral ook door het filmpje ’Kinderen van Lands End’, gemaakt in 1941 door de onderduiker Noll van Es. „Een stomme film, waarbij de dialogen als tekst in beeld verschijnen”, vertelt Kees de Bakker. „Geweldig: dan zie je Lydia vanuit de boerderij naar het schrijvershuisje bellen met daarbij de tekst: ’Jan, eten!’.”

Margriet Brandsma vertelt over de liefde van haar Friese ouders voor elkaar en voor Schoorl en Bergen en columnist Bob Polak neemt de lezers mee op de Nescio-fietsroute door Bergen, Schoorl en Groet.

In het boek ook een terugblik op een tragisch ongeval in 1967 op de Eeuwigelaan in Bergen, waarbij de jonge, talentvolle modefotograaf Sanne Sannes om het leven kwam. Kunstschilder Hans van Marwijk verhaalt er als ooggetuige over, oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger als inzittende die het overleefde en fotograaf Jacques Meijer vertelt over zijn interview met Sannes in Fototribune, vlak voor het fatale ongeluk.

Landschap

Het landschap uit alle herinneringen is overigens aan het veranderen; Schoorls dennenbos wordt gekapt om ruimte te maken voor stuivende duinen. In het boek komen zowel voor- als tegenstanders aan het woord. De weegschaal slaat wel iets door naar de tweede groep, wat niet zo verwonderlijk is met Kees de Bakker als samensteller én fervent tegenstander van de bomenkap.

Jubileum

Uitgeverij Conserve viert zondag van 14 tot 17 uur in De Blinkerd in Schoorl haar 35-jarig bestaan. Margriet Brandsma reikt de Eline van Haarenprijs voor de beste dichtbundel van een dichteres onder de 35 jaar uit. Daarna zijn er de presentaties van de jubileumuitgave ’Hier is zon, zee en zand’ en het boek ’Wieteke van Dort-kind van twee culturen’ van Hans Visser.

’Hier is zon, zee en zand - schrijvers over Bergen en Schoorl - van Nicolaas Beets tot Adriaan van Dis’, samenstelling Kees de Bakker, uitgeverij Conserve, ISBN 978 90 5429 4832. www.conserve.nl

Adriaan van Dis wandelt in duinen van herinnering

’Jager werd ik – als ik een oude kogel vond. Of bergbeklimmer, schatgraver. Scheepsjongen van Michiel Adriaenszoon de Ruyter, turend naar een schip vanaf het hoogste duin. Maar ik kon mij ook in een vos veranderen. Of in een schelp. Een volledig opgaan was het’.

Adriaan van Dis groeide op in Bergen aan Zee. ’Mijn ogen hebben in hun eerste jaren veel duinen opgezogen en ik kan ze laten opdoemen wanneer ik maar wil (...) Nu woon ik ver van zee en wandel ik in de duinen van mijn herinnering’.

In ’Hier is zon, zee en zand’ neemt Van Dis de lezer mee op vijf duinwandelingen naar zijn jeugd. Waar hij op de duintop zijn armen spreidde: ’Vliegerkind, één met de wind’. Waar hij als schatgraver zijn nagels tot bloedens toe openhaalde en een roestige bal blootlegde. ’Een zeemijn. Aangespoeld en onderaards door wind en kruipzand landwaarts gestuwd. Rennen, straks ontploft het duin. De oorlog achtervolgt me overal, hoe hard ik er ook voor wegloop’.

’Veilig’ wandelen doet hij in de duinen die hij aan de muur heeft hangen. Zoals de duinen van de Bergense schilder Graadt van Roggen, die het zand in huis ’laat stralen’. Tenslotte vertelt hij over zijn schuilplaats in het moeras achter het Moffenpad. Zijn ’hol’ dat niemand kende. ’Te geheim voor grote mensen’. En: ’de duinen blijven roepen. Ik vind er nog altijd troost. Net als vroeger’.

Samen met zijn kleuterschoolvriendje Hans van Marwijk wandelde Van Dis in de film ’Ergens achter duin en zee’ door hun gezamenlijke herinneringen. Langs het Elzenbos waar ze vroeger speelden, langs de vroegere trambaan en door de straat waar ooit de winkels waren waarvan ze de middenstanders allemaal nog bij naam kennen. Er is sindsdien veel veranderd, aldus Van Marwijk. ’Maar gelukkig is er altijd nog die stilte, zijn er nog de duinen waait er nog de wind en is de zee nog onveranderd’.

Teun de Jager: tragedie in de Schoorlse bossen

Al zwervend door de Schoorlse bossen deed Nicolaas Beets inspiratie op voor een van zijn merkwaardigste verhalen: ’De Patrijzen’. Dit dieptragische verhaal, waarin Beets uitvoerig de schoonheid van de Schoorlse natuur beschrijft, werd in 1854 onder de titel ’Teun de Jager’ opgenomen in de vierde druk van Beets’ ’Camera Obscura’.

Teun is jager, de beste van Schoorl en omstreken. ’Weet je wel, waar ’t an houdt,’ had de oude Krelis eens gezegd (...), dat Teun de Jager, als er twee hoenders opgaan, de een vóór hem en de ander achter zijn rug, ze toch allebei neerleit?’ – ’Omdat ie een dubbeld geweer het,’ had men geantwoord. – ’Mis, maat!’ had Krelis gezegd: ’omdat ie een dubbelde kerel is.’

Teun is ook tot over zijn oren verliefd op Sijtje, ’een allerliefst kind, teerder en fijner dan de meeste boerinnetjes’. De vorige avond had ze Teun geplaagd, omdat hij wel met hazen thuiskwam, maar nog geen enkele patrijs had geschoten. ’Haar, dat gaat nog, maar veren kan je niet schieten; die zijn je te gauw af, maat!’ Ze daagt hem uit: ’Schiet er twee, en ik zal leuven, dat je ’t nog kenne.’

Het blijkt nog een hele opgave; twee patrijzen schieten. Na urenlang vergeefs ronddolen, belandt Teun op een duintop, waar hij wegdommelt om op te schrikken door de herinnering aan een nachtmerrie, waarin Sijtje door zijn kogel het leven laat.

Hij weet te elfder ure toch twee patrijzen te verschalken en keert opgetogen terug naar Sijtje, hopend op een kus. Als hij haar ziet, probeert hij haar voor de gek te houden: ’Ik heb er geen te pakken kunnen krijgen!’ Ze gelooft hem niet en probeert in zijn tas te kijken, die hij snel over zijn andere schouder gooit. Die beweging wordt Sijtje echter fataal; zijn geweer gaat af en Sijtje ligt ’bloedende aan zijn voeten’. ’Van heel Schoorl beweend, ging zij ter ruste onder ’de groene boompjes’ van het kerkhof’.

Teun wordt krankzinnig en nadat hij een van de patrijzen heeft begraven, geeft hij een avond later zelf de geest.

Zand en zee

Kinderen doen het al vanzelf:

Ze bouwen dijken

om hun kastelen aan de kust

te beschermen tegen zee.

Verhogen en verbreden die

zo nodig en dat is fase twee.

-En nu gaat het weer om echt.

Geen spel meer, maar serieus gevecht

tussen stijgend water en het lage land,

waar naast de oude duinen

ook opgespoten zand

als schild en wapen

tegen vriend en vijand

de zee...

Theo Olthuis

Dit is een van de vijf gedichten van Olthuis die in ’Hier is zon zee en zand’ is opgenomen.

Kalverliefde in Bergens pension

Een familietafereeltje anno 1954. De tuin van pension Bloemhof in Bergen met wapperend wasgoed, kinderen en volwassenen die poseren voor de fotograaf, een pasgeboren kalfje dat nog wat onwennig zijn eerste stapjes zet.

Helemaal links op de foto staat Jeroen Krabbé, naast hem zijn latere zwager Ko en diens zusje Herma, die jaren later Krabbé’s echtgenote zou worden.

Krabbé heeft veel herinneringen aan Bergen en dat is terug te vinden in een aantal van zijn schilderijen. In ’Portret van Pappa’ bijvoorbeeld, waarvoor een van de in 1948 in Bergen gemaakte foto’s -inclusief schaduw van de fotograaf- als basis diende. Of in ’Stekelman no II’, waarop Krabbé zichzelf heeft afgebeeld als een soort circusdirecteur met zweep, staand op een plateau met daarop het oude wapen van Bergen.

Toen zijn oma haar Bergense huis in de zomer ging verhuren, bracht het gezin de zomer door in pension Bloemhof. Daar werd hij verliefd op zijn latere vrouw Herma. Zijn liefde voor haar verbeeldde hij in een schilderij waarvoor de foto in de tuin met het kalfje model stond. ’Kalverliefde’ noemde zijn jongste zoon dit werk treffend.

Meer nieuws uit Alkmaar

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons