Premium

Scholeksters verlaten de weilanden

1/3

,,Het gaat ontzettend slecht met de scholekster’’, zegt Wim Tijsen van Landschap Noord-Holland. ,,Die gaat nog harder achteruit dan de grutto.’’

Een kwart van alle scholeksters broedt in Nederland. Ze overwinteren in het Waddengebied en in de Delta en in het vroege voorjaar trekken ze naar de binnenlanden.

Tijsen: ,,Honderd jaar geleden broedden de meeste scholeksters op kwelders en stranden, maar daar werd het te druk voor ze. Nu is het een broedvogel in het weidegebied.’’

,,De populatie neemt met ongeveer 5 procent per jaar af", zegt onderzoeker Magali Frauendorf. In 2016 is onder haar leiding een belangrijk onderzoek gestart naar de aantallen scholeksters in ons land. Op Vlieland zijn zendertjes geplakt en is een ontvangstinstallatie geplaatst. Door die zenders uit te lezen valt na te gaan waar de vogels in het broedseizoen geweest zijn. Scholeksters die op Vlieland overwinteren blijken voor een flink deel op het vasteland van Noord-Holland te broeden: van de 42 gezenderde scholeksters minstens tien.

In Noord-Holland zijn de scholeksters ook gevolgd: op Texel, bij Schagen en in polder Zeevang. Wim Tijsen is in Zeevang op pad geweest met twaalf weidevogelvrijwilligers. Tijsen: ,,Om de twee weken hebben we gekeken naar de aantallen paartjes, de alleenstaande scholeksters en de kuikens die er rondliepen.’’

Het probleem zit vooral in de reproductie. Hoeveel jongen worden er groot? Tijsen: ,,Bij grutto’s is dat vrij goed na te gaan, want die broeden gepiekt. In een korte periode tussen half april en eind april. Scholeksters kunnen eind maart beginnen en hebben soms tot ver in juli nog pullen lopen. Een tweede legsel is geen uitzondering als het eerste mislukt is. En soms beginnen ze zelfs aan een derde.’’

,,Als je bedenkt dat ze ook nog eens vrij oud kunnen worden, zijn er dus volop kansen om te reproduceren.’’ Dat maakt de afname extra zorgwekkend. ,,Bij grutto’s geldt dat een broedpaar ieder jaar een kuiken volwassen moet zien krijgen om de soort in stand te houden. Scholeksterpaartjes hoeven daarvoor slechts eens in de drie jaar een kuiken groot te brengen.’’

,,Tijdens de tellingen in Zeevang wisten we al dat het een veel beter broedseizoen zou worden dan vorig jaar. Toen werden er gemiddeld 0,03 kuikens per paar vliegvlug. Inmiddels weten we dat in Zeevang dit jaar meer dan 0,3 kuikens groot zijn geworden, net genoeg om de soort in stand te houden. Bij de Hoge Berg op Texel is dat ook gelukt. Maar bij Schagen was het broedresultaat onvoldoende, net als in de rest van Nederland.’’

Kuikenstroken

,,Landelijk ligt het gemiddelde dit jaar op 0,28 kuikens’’, zegt Frauendorf. ,,Vorig jaar was dat 0,2. Terwijl het 0,35 moet zijn.’’ Een duidelijke verklaring is er nog niet. Komt het door de moderne landbouw? Door natuurlijke vijanden? Of spelen andere factoren een rol, zoals verstoring door de mens en gebrek aan voedsel in het wintergebied?

Frauendorf: ,,We kijken zowel naar de overwintering als naar het broedseizoen en de trek daartussen. Op Texel hebben we kuikenstroken aangelegd, dat zijn stukjes land waar niet wordt gemaaid. De ouders geven namelijk de voorkeur aan kale gebieden om te broeden, maar de kans op overleven voor de kuikens is hoger in lang gras.’’

,,Voedsel speelt zeker een rol’’, zegt ze. ,,We gaan kijken naar de wormdichtheid van gebieden in relatie tot het broedsucces. Verder maken we uit cameravallen op dat de predatie groot is. Op de beelden is te zien wie er zoal langskomen: vossen, katten, roofvogels, meeuwen, marterachtigen en zelfs ratten.’’

Tijsen: ,,Inmiddels merk je al dat scholeksters andere broedlocaties zoeken.’’ Dat kunnen ze zich permitteren, het zijn de enige weidevogels die hun jongen voeren. ,,Rond Assen zijn alle broedvogels van het agrarisch gebied naar industrieterreinen getrokken, dat zien we in Noord-Holland ook al een aantal jaar. Zo zit zenderscholekster ’Dirk’ op industrieterrein Zandhorst in Heerhugowaard.’’

Frauendorf: ,,Ze blijken zich goed te kunnen aanpassen en hoewel scholeksters vaak terugkeren naar dezelfde plek, kiezen ze soms toch voor een andere broedlocatie. Wanneer ze die switch precies maken, weten we niet.’’

Meer nieuws uit Zaanstreek

Meest gelezen