Premium

Weerzien op Koningsdag

Weerzien op Koningsdag

Met Koningsdag zien ze elkaar weer: de buren die het ooit hartstikke gezellig met elkaar hadden in de Tuinstraat en omgeving, in de Alkmaarse Spoorbuurt.

Inmiddels zijn ze uitgewaaierd naar andere Alkmaarse buurten. Alleen Renee van het speelgoedwinkeltje ’De Gele Olifant’ woont er nog. De dag voor Koningsdag schuiven ze één voor één aan op de hoek van het Zevenhuizen en het Bolwerk, min of meer hun vaste vrijmarktplek.

Aan het eind van de ochtend zit Connie Denneman er al klaar voor. Uren voordat de verkoop van start mag. Dik ingepakt, want het is fris als je nog een tijd stil moet zitten. Knaloranje hoge hoed. Knaloranje pruik. De handelswaar ligt nog grotendeels onder een blauw zeil: het afgedankte Senseo-apparaat, de ietwat verbleekte reproductie, het plastic voetenbadje, het been van een modepop.

„Het lijf heb ik gebruikt voor een mozaïek ”, zegt Connie. Ze is nogal een creatief persoon. Naast mozaïeken maakt ze schilderijen. Maar die bevinden zich niet in de vrijmarktvoorraad. „Je kan er hier hooguit 25 euro voor vragen, en dan vinden ze het nog te veel. Als je weet hoeveel uur erin is gaan zitten, is dat gewoon te weinig.”

Het gaat natuurlijk om de gezelligheid, zegt Connie. De voorpret. Het weerzien met de mensen uit haar oude buurtje. De opmerkingen van ieder die langs komt.

De plek, vlakbij de brug, is ideaal, weet Renee die haar plaats achter de tafel ook al komt innemen. Je ziet iedereen passeren. Er zijn Koningsdagen geweest dat het om middernacht nog zwoel was, maar dat zit er vandaag waarschijnlijk niet in. Tot een uur of elf vanavond, houden ze het waarschijnlijk vol.

Connie is geboren en getogen in Heemskerk. Groeide op in een gezin met twaalf kinderen. In haar puberjaren wilde ze haar vleugels uitslaan. Het werd ontwikkelingswerk in Belgisch Congo, het latere Zaïre. Negentien was ze.

„Wat ik er precies ging doen, wist ik niet eens toen ik vertrok. Ik denk dat ik gewoon weg wilde, het avontuur tegemoet. Ik had mijn gitaar en mijn cassettebandjes met muziek van Boudewijn de Groot en Herman van Veen bij me. Daar ging ik, in mijn uppie naar een missiepost in Congo. Onvergetelijke jaren. De mooiste tijd van m’n leven. Omdat ik er zo veel leerde. Relativeren bijvoorbeeld. Je oogkleppen vallen af als je in een wereld komt die zo anders is.”

Na een paar jaar keerde Connie terug om een opleiding in de zorg te volgen. Van het voornemen om naar Congo terug te gaan kwam het niet meer. Ze belandde in de zorg, in de verpleging en tenslotte in het maatschappelijk werk voor verpleeghuis Bernardus in de Amsterdamse Jordaan. „Heerlijk werk. De Amsterdamse recht-voor-z’n-raap-mentaliteit lag me.”

Een vaste woonruimte bleek in Amsterdam voor Connie en haar vriendin niet weggelegd. Familie haalde haar over het eens in de kop van Noord-Holland te proberen, maar de overgang van Amsterdam naar Anna Paulowna was te groot. „Te stil, te veel een dorp. Ik woonde met een vrouw samen. Niet dat iemand daar iets van zei, maar je voelde dat je nagekeken werd. Terug naar Amsterdam ging niet, maar Alkmaar was een heel goed alternatief. Gezellig. Goede sfeer. Leuke buurt. De ideale tussenvorm tussen een dorp en een stad.”

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen