Premium

Sylvia Veld heeft voor altijd een hand op de keel

Sylvia Veld heeft voor altijd een hand op de keel
Sylvia is blij met de betrokkenheid van politici bij haar zedenzaak. ’Dan is er tenminste iets goeds voortgekomen uit die verschrikkelijke avond.’
© Foto Marcel Rob
Hoorn

Sylvia Veld ziet Klaas Dijkhoff van dichtbij in pure woede ontsteken als hij haar verhaal hoort. Ook ontvangt ze brieven vol tranen van lotgenoten. Die brieven hebben Sylvia (29) uit Hoorn aangemoedigd haar hele verhaal te vertellen in een boek dat zaterdag uitkomt. De titel zegt alles: ’De jacht op mijn verkrachter’.

Een hard rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie over de zedenpolitie. Een motie in de Tweede Kamer die oproept tot onderzoek naar de bejegening van slachtoffers in zedenzaken. De gevolgen van de ’zaak Sylvia’ zijn verstrekkend. „Er gebeurt nu wel iets. Daar ben ik blij mee. En ook wel trots op”, zegt Sylvia. „Dan is er tenminste iets goeds voortgekomen uit die verschrikkelijke avond.”

Praten over die bewuste avond, dat lukt Sylvia niet. Daarvoor zijn de wonden nog te vers. En dat terwijl zij vroeger haar woordje altijd klaar had. Ze leefde vrijuit, ging veel naar feestjes, was onbezorgd: een gelukkige vrijgezel in een leuke stad.

De avond van 15 oktober 2016 begint ook feestelijk. In de Hoornse kroegen is het gezellig. Beetje lachen, beetje flirten, beetje drinken. Ze belt een taxi omdat ze te moe is om te fietsen. Opeens wordt ze bij haar fiets aangesproken. De man biedt aan haar op haar eigen fiets even naar huis te brengen. Hoe galant. ’Hoe naïef’, zegt Sylvia nu. Ze springt achterop.

Nachtmerrie

De nachtmerrie ontvouwt zich. De ’verkeerde’ route, een donkere straat. In paniek belt ze een bevriende taxichauffeur en schreeuwt de naam van de straat in haar telefoon. Ze weet van de fiets te springen, maar komt niet ver. Het licht gaat uit. Als Sylvia weer bijkomt, ligt ze in de bosjes, met een man bovenop haar. Pijn tussen haar benen. Hij knijpt haar keel dicht. Sylvia weet zeker dat ze hier, in de bosjes, zal worden vermoord. Ze stribbelt tegen en komt weg uit de wurggreep. Ze staat op, rent en ziet de bevriende taxichauffeur staan. Ze heeft het overleefd.

Even na vijf uur in de ochtend staan er twee politieauto’s bij Sylvia voor de deur. De agenten horen haar aan en gaan samen met Sylvia op zoek naar de plek van de verkrachting. Een paar uur laten staat de zedenpolitie voor de deur.

En vervolgens blijft het stil. Sylvia moet twee weken wachten voor ze aangifte mag doen. Het is het begin van een frustrerende periode. Ze krijgt het gevoel dat er te weinig gebeurt - een vermoeden dat later in het inspectierapport zal worden bevestigd. Terwijl het ’onderzoek’ loopt, weet Sylvia al wie haar telefoon heeft: haar belager. Doordat de man, een Somalische asielzoeker, Sylvia’s telefoon blijft gebruiken, is hij makkelijk te traceren.

Find My Phone

Via de app Find My Phone is letterlijk te zien waar hij naartoe gaat. Naar zijn woning in Hoogwoud, naar de sportschool en - tot de grote schrik van Sylvia - naar een vriend die 400 meter bij haar vandaan woont. Via een datingapp zoekt Sylvia - met een nepprofiel - contact met hem, raakt in gesprek en ontvangt selfies van haar verkrachter: gemaakt met háár telefoon. Aan de keukentafel bij Sylvia thuis worden al plannen gesmeed voor een burgerarrestatie. Dan maar zelf in actie komen.

Want de zaak is rond, vindt Sylvia. Ze hebben de dader, weten waar hij woont, ze hebben getuigen gesproken (aangebeld bij vrienden, die aangeven dat hun kameraad inderdaad heel vreemd kan doen) en een van zijn vrienden heeft zelfs de sjaal thuis liggen van Sylvia. Die laat hij zonder blikken of blozen aan haar zien. ’Heeft Mohammed hier laten liggen. Wil je ’m terug?’

Parkeerterrein

Tot de burgerarrestatie komt het niet. Want daar is dan toch het verlossende belletje van de politie: Mohammed M. is opgepakt in Hoogwoud. Hij moet voorkomen, bekent de verkrachting, wordt veroordeeld (18 maanden cel, waarvan 6 voorwaardelijk) en - straks - het land uitgezet. Grote vreugde bij Sylvia, maar de bittere nasmaak blijft. Wat was er gebeurd als ze zelf geen ’detectivewerk’ had verricht? Haar vrienden hebben angstige momenten moeten doorstaan om de dader te vinden - en te observeren. Zoals Robert Vinkenborg, de schrijver van haar boek. Op het parkeerterrein van een supermarkt reden vrienden van de dader - die nog altijd in West-Friesland wonen - bewust op hem af. Ze maakten foto’s van Robert. „Dat soort verhalen vond ik natuurlijk doodeng”, aldus Sylvia. „Dan vraag je je af of dit allemaal wel goed gaat.”

Angsten

Sylvia heeft meer angsten moeten overwinnen, ook ná de arrestatie van de dader. Zo krijgt ze een paniekaanval als ze in een winkel een donkere man op zich af ziet komen. Ze kan geen stap meer zetten, krijgt bijna geen lucht. Ze volgt EMDR-therapie, een aanpak die zich richt op zwaar getraumatiseerde personen. Pure noodzaak, nadat Sylvia op de snelweg last krijgt van zelfmoordneigingen. De therapie helpt: langzaam maar zeker ziet haar omgeving íets van de oude Sylvia terug.

Maar helemáál zal de ’echte Sylvia’ nooit meer terugkeren, denkt ze zelf. Dat onbezorgde, het gaan en staan waar ze wil, dat is verleden tijd. „Afgelopen zomer stond ik op een festival altijd met een hele cirkel van vrienden om me heen. Dat vind ik prettig. Ik ga sowieso niet meer alleen op pad. Als ik naar de winkel ga, vind ik het fijn als m’n moeder bij me is.”

Woede

De enige troost vindt Sylvia in het feit dat andere zedenslachtoffers straks - hopelijk - niet dezelfde nasleep van een toch al traumatische gebeurtenis hoeven te doorstaan. De enorme media-aandacht voor haar zaak, maakt ook in de politiek veel los. In een persoonlijk gesprek met Klaas Dijkhoff - toen staatssecretaris van Veiligheid en Justitie - ziet ze van dichtbij de woede en het onbegrip in de ogen van de politicus. „Hij was écht boos.” Niet dat het politiekorps geen medeleven heeft getoond. „De ’gewone’ agenten die ik sprak in Hoorn, leefden enorm mee. Maar je merkte dat er voor zedenzaken bepaalde protocollen waren, dat dingen te lang duurden.”

Uiteindelijk is het Tweede Kamerlid Attje Kuiken van de PvdA die een motie opstelt. De boodschap aan het kabinet: de bejegening van zedenslachtoffers moet beter en er moet een onderzoek komen naar alle zedenafdelingen in Nederland. De motie wordt aangenomen, Sylvia en haar moeder zien het met tranen in hun ogen aan vanaf de publieke tribune.

„Dat was voor ons het ultieme. Nu wil ik verder met m’n leven”, klinkt het vastbesloten. Sylvia beseft wel dat de extreme zaak - zeker met het uitbrengen van een boek - voor altijd met haar verbonden blijft.

„Dat weet ik. Ik wil daar iets goeds mee doen. Wil lezingen gaan geven. Om anderen te helpen.” Daarbij wordt ze gesteund door de vele brieven die nu al op de mat vallen. „Vrouwen met de meest verschrikkelijke verhalen. Ze herkennen veel van wat mij is overkomen.” Sylvia weet wel wat ze die vrouwen wil vertellen. „Krachtig zijn. Vooral niet in je schulp kruipen.”

Meer nieuws uit West-Friesland

Meest gelezen