Archeologen stuiten op 12e-eeuwse huisterp in Enkhuizen

1/6
Enkhuizen

Medewerkers van Archeologie West-Friesland zijn tijdens een opgraving aan het Westeinde 88-92 op een middeleeuwse huisterp gestuit. Ook werden bewoningsresten uit de 16e, 17e en 18e eeuw aangetroffen. Een van de vondsten is een complete trechterbeker van steengoedaardewerk uit het Duitse Siegburg, in de middeleeuwen een belangrijk productiecentrum voor steengoed.

De opgraving vond plaats voorafgaand aan de bouw van nieuwe woningen in opdracht van woningstichting Welwonen. Momenteel wordt het terrein door de firma E.A.B. bouwrijp gemaakt.

Het Westeinde maakt onderdeel uit van de Streekweg, een oost-west georiënteerde bewoningsas in oostelijk West-Friesland tussen Zwaag en Enkhuizen. Deze is ontstaan tijdens de kolonisatieperiode van dit deel van West-Friesland. Deze loopt van Zwaag naar Enkhuizen. De bewoningsas is ontstaan tijdens de kolonisatieperiode van dit deel van West-Friesland (ongeveer 1050 na Chr.). De ontginners wierpen toen een lange binnendijk op (de Streekweg) en bouwden hier langs hun kerken en huizen.

Stadsuitbreiding

De nederzettingen langs het lint, onder meer Enkhuizen, Bovenkarspel, Lutjebroek, Hoogkarspel en Zwaag, zijn waarschijnlijk in de tweede helft van de 12e eeuw ontstaan. De plek waar nu gegraven is, komt voor het eerst voor op een kaart van Jacob van Deventer uit omstreeks 1560. Dit was nog voor de grote stadsuitbreiding van Enkhuizen. Op de kaart staat op deze plek al een gebouw getekend. Op latere kaarten van Johannes Dou uit omstreeks 1650 en op een kaart van uitwaterende sluizen uit 1745 is eveneens bebouwing te zien, maar op een kadasterkaart uit 1826 is deze niet meer aanwezig.

Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat mogelijk al rond 1150-1175 is begonnen met het aanleggen van een terp op het perceel. Allereerst werd een baan van rechthoekige grijze kleizoden van 30 centimeter lang en maximaal 8 centimeter neergelegd. Aan weerszijden van deze zodenbaan was een eerste ophogingspakket van veen- en kleibrokken te zien. In deze laag vonden archeologen potten en pannen van lokaal vervaardigd en geïmporteerd aardewerk.

In de eeuwen daarna werd de terp laagsgewijs minstens een meter opgehoogd met grijze en bruine klei. Hier bovenop lagen telkens vloeren van lichtgrijze klei. Dat de middeleeuwse resten op een dergelijk hoog niveau nog zo goed bewaard zijn gebleven, is uitzonderlijk. Van het houten huis dat volgens de kaart van Van Deventer op de terp stond, zijn geen overblijfselen aangetroffen.

Moralistisch

Bij de aanleg van het vlak werd in een 16-eeuwse afvalkuil een complete trechterbeker van steengoedaardewerk uit Siegburg gevonden met een drietal moralistische afbeeldingen erop. Op één ervan staat een biddende vrouw met de tekst ’de hoop’. Op de andere twee is een vrouw afgebeeld die drank inschenkt met de tekst ’de gematigdheid’. De trechterbeker dateert uit de tweede helft van de 16e eeuw.

Uit de 17e- en 18e-eeuwse bewoningsfase werden resten gevonden van poeren en waterputten. Uit een 17e-eeuwse bakstenen waterput kwamen meerdere drinkglazen tevoorschijn, evenals een glaszegel uit 1602, tientallen pijpenstelen en pijpenkopjes en een glazen kraal. De waterput was gefundeerd op een drietal planken met in het midden een gat voor de watertoevoer. Onderin lag een laag schelpgruis om het water te zuiveren.

Een bakstenen waterput uit de 18e eeuw bleek gefundeerd op een karrenwiel waarvan de spaken waren verwijderd. In deze waterput was een messing zuinigje aanwezig die werd gebruikt om het stompje van een kaars op te branden. Ook werd de deksel van een messing tabaksdoos gevonden met daarop een Bijbelse voorstelling uit het Oude Testament met de tekst ’Ruth ligt bij Boaz’.

Meer nieuws uit West-Friesland

Lees hier de digitale editie



Volg ons