Tweespalt over erfbelasting

Ombudsredactie
ALKMAAR

Jan erft 100.000 euro van zijn moeder. De vader van vriend Kees laat geen geld maar een bloeiend bedrijf na, ook een ton waard. Jan moet wél erfrechtbelasting betalen en Kees niet. De Bredase rechtbank vindt dat ’onaanvaardbare discriminatie’. Veel notarissen en fiscalisten raden particulieren om die reden aan bezwaar te maken tegen een aanslag erfbelasting.

In de Successiewet 1956 staat dat mensen na een overlijden erfbelasting moeten betalen. Jan betaalt in dit voorbeeld bijna 9 mille en vriend Kees niets, mits het bedrijf de eerste vijf jaar niet wordt ontmanteld. Voor 2005 kreeg mensen als Kees 50 procent vrijstelling, in 2009 en 2010 gingen de vrijstellingen respectievelijk naar 75 en 100 procent. De wetgever (regering plus parlement) besloot hiertoe omdat men vond dat de continuïteit van de onderneming wellicht gevaar zou lopen als er een flinke som aan erfbelasting moest worden betaald. Maar is dat eerlijk op grond van het gelijkheidsbeginsel in het erfrecht? ’Breda’ vindt van niet.De Belastingdienst heeft het geweten. In heel Nederland grijpen notarissen en fiscaal adviseurs de uitspraak op 13 juli jongstleden aan om hun relaties te wijzen op die uitspraak. Juist omdat het zou gaan om ’onaanvaardbare discriminatie’ om verschil te maken tussen erfenissen in baar geld en het vrijstellingstarief bij een bedrijfsopvolging. De Belastingdienst gaat in hoger beroep.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.