Moeders

’Werk jij full-time?’ Vroeg een hoogzwangere kennis. Misschien lag het aan mij, maar ik hoorde afkeuring in haar vraag. ’Ja’, zei ik. ’Jij niet dus?’ ’Nee’, zei ze, en ze trok daarbij een diepe frons. ’Oh nee hoor, ik ben na de geboorte van de eerste meteen parttime gaan werken.’

Wat doe ik mezelf ook aan met dat fulltime werken. De waarschuwingen begonnen al toen ik zelf zwanger was, van ’denk je dat je dat leuk gaat vinden?’ tot ’hoe ga je dat regelen dan?’. En natuurlijk, de ultieme vraag: ’als je carrière zo belangrijk voor je is, waarom neem je dan een kind?’

Mijn eigen moeder werkte überhaupt niet, tenminste niet toen wij klein waren. En dat was geweldig. Elke dinsdagochtend ging ze met een groep vriendinnen naar de markt rondom de Dorpskerk. Zij met de kinderwagens, ik met de poppenwagen er achteraan. Daarna aten we met de hele club slaatjes en witte puntjes bij ons thuis.

Later, toen ze parttime ging werken, was ze thuis als we uit school kwamen. Dan zat ze klaar met thee. Daarna keken we met het hele gezin een kinderserie terwijl ze appeltjes voor ons schilde.

Onvervangbaar, zo’n thuisblijfmoeder. En toch wil ik zelf niet thuis zijn. Zelfs niet één dag per week. Ik word depressief van die kapotte autootjes, van Bumba, van het zoeken naar de andere schoen, de strijd bij het verschonen, het stukje boterham met appelstroop onder mijn voet, het onvermogen om ook maar een taak of gedachte af te maken. Hoe hield mijn moeder dit vol?

Een week of wat geleden ging ze met haar oude vriendinnen een dagje naar Leiden. ’Kom dan even langs mijn werk!’, zei ik. We spraken af op het Rembrandtplein. Omdat ik die middag een belangrijke afspraak had, had ik een mantelpakje en hoge hakken aan. Ik voelde me een omhooggevallen tuthola. ’Normaal gesproken heb ik gewoon een spijkerbroek aan, hoor’, zei ik.

Op het terras van de Hortus wisselden we foto’s uit van kinderen en kleinkinderen. ’Ik was ook veel liever gaan werken’, zei een vriendin van mijn moeder, terwijl ik haar een foto van mijn zoontje liet zien. ’Maar daar was gewoon geen sprake van’.

’Nou, als jij was gaan werken – ik weet niet hoe ik de dagen zonder jou was doorgekomen,’ zei mijn moeder. ’Ja’, zei de vriendin, ’die witte puntjes en die slaatjes op de dinsdagochtend, dat was toch...’ ze slikte even, ’we hebben elkaar er wel doorheen gesleept.’

Licht als een veertje liep ik terug naar mijn werkplek. Er is nog veel te winnen voor fulltime werkende moeders, maar eerlijk is eerlijk: we zijn al van ver gekomen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.