Nieuw aanpak van vechtende exen: 'Kinderen uit de knel'

Justine van Lawick

Nancy Ubert
Haarlem

Dat een vechtscheiding uitsluitend mensen uit de lagere sociale klasse overkomt, is een fabeltje, aldus Justine van Lawick. Deze Haarlemse psychotherapeute (en autoriteit op het gebied van huiselijk geweld en vechtscheidingen) heeft samen met Margreet Visser van het Kinder en Jeugd Trauma Centrum (KJTC) een bijzondere methode ontwikkeld om de machtsstrijd, escalaties en ’gevechten’ tussen scheidende ouders om te buigen. ,,We laten ze vooral inzien wat hun gedrag met de kinderen doet.’’

Justine van Lawick is mede-oprichtster van het Lorentzhuis in Haarlem, een gespecialiseerd centrum voor hulpverlening aan families, relaties en kinderen. ,,Wanneer de strijd van de ouders niet stopt, lukt het ook niet om de kinderen te helpen.’’ Vanuit die gedachte werd een compleet nieuwe werkwijze ontwikkeld, waarin het hele gezin én zijn omgeving worden betrokken. De kinderen staan centraal, het project heet dan ook: ‘Kinderen uit de knel’.

Scandinavië

Het wordt nu uitgerold in Nederland en naar andere landen. Op dit moment is Scandinavië aan de beurt. De interesse in ‘Kinderen uit de knel’ wordt mede gevoed door het groeiend aantal vechtscheidingen.

Sinds de wet in Nederland in 1998 zo is veranderd dat beide ouders gezag hebben na een scheiding (daarvoor bleven de kinderen doorgaans bij moeder, die dan ook het gezag had) zijn er twee kapiteins op een schip. Ze moeten het eens worden over essentiële zaken als zorg voor de kinderen, geld en wonen. En dat in een levensfase dat zij het juist zo moeilijk met elkaar hebben.

Ongeveer 70 procent van de ouders kan tot een redelijke regeling komen, maar bij de rest gaat het mis.

De emotionele gevechten kunnen zo heftig zijn, dat hele netwerken betrokken raken: families, nieuwe partners, vrienden, scholen en buurten. Ook hulpverleners kunnen in het conflict worden gezogen. En dan is het heel moeilijk om geen partij te worden. De kinderen raken in de knel en ontwikkelen tal van alarmerende symptomen. Zoals agressief gedag, angst, depressiviteit of verlies van concentratie. Sommige kinderen kiezen voor één ouder om niet vermalen te raken.

Groepen

,,Wij behandelen zes families tegelijk’’, legt Justine van Lawick uit. ,,Twaalf ouders in één groep en de kinderen in een andere. Beide groepen komen op dezelfde tijd acht keer bij elkaar. Altijd staan de kinderen centraal. De kinderen worden aangesproken op hun creativiteit, kracht en weerbaarheid. Zij maken films en tekeningen rond het thema scheiding en ruziënde ouders. Het zwaartepunt van de behandeling ligt bij de ouders. Die moeten de destructieve spiralen, de wederzijdse demonisering zien te stoppen. Zij zitten gevangen in een zwart-wit patroon van aanvallen en verdedigen en ieder willen overtuigen van het eigen gelijk. En in die strijd raken de kinderen uit beeld, al wordt er vaak gesteld dat het gaat om het belang van de kinderen.’’

Dat belang is soms meer munitie in het bestrijden van de ander, dan dat de kinderen werkelijk worden gezien. De veldslag wordt ook gevoed door een juridische strijd. ,,Ouders kunnen elkaar soms wel tien jaar bevechten met ieder een eigen advocaat.

Omdat juridische procedures en therapie niet goed samengaan, stellen wij als voorwaarde dat ouders stoppen met juridische processen. Dat blijkt een belangrijke factor om de behandeling te doen slagen.’’

Spiegel

,,Voor de eerste bijeenkomst nodigen we ook familieleden en eventueel vrienden uit. Want in een vechtscheiding viert manipulatie hoogtij. Als je altijd van de man hoort dat zijn ex-vrouw zo’n gemene feeks is, ga je dat al snel geloven als je nooit de andere kant krijgt te zien. Ook familie en vrienden moeten zich niet langer bij één kamp aansluiten maar naar het belang van de kinderen kijken. We werken met de gescheiden paren toe naar beter ouderschap, door beter samen te werken en ook elkaar met rust te laten. De ouders houden elkaar een spiegel voor. Vorige keer zei een vader toen hij getuige was van een uitbarsting van een andere vader: ’O, wat erg, dat doe ik dus ook’. In de groep blijkt ook dat veel van die ouders zelf zijn getraumatiseerd.’’

De resultaten zijn bemoedigend. Maar 100 procent succes is onmogelijk ,,Sommige mensen zitten zo vast in hun vernietigende patronen, die zijn moeilijk in beweging te krijgen. Maar het is ‘work in progress’. Elke keer leren we bij. Nu loopt de vierde groep en in januari start groep 5. Het lukt steeds beter.’’

Op 10 oktober besteedt televisieprogramma Zembla aandacht aan van Lawick en deze werkwijze.

Over Justine van Lawick

Justine van Lawick is klinisch psycholoog, psychotherapeut en opleider van de Nederlandse Vereniging voor Relatie en Gezinstherapie (NVRG). Zij werkte onder meer in de volwassenenpsychiatrie en kinderpsychiatrie. Al vanaf het begin van haar loopbaan richt ze zich op families, relaties en andere samenlevingsverbanden om (gezamenlijke) problemen die volwassenen en kinderen ervaren met elkaar op te lossen. Zij heeft zich bovendien gespecialiseerd in geweldsproblematiek binnen families. Ook wanneer ruzies regelmatig uit de hand lopen kunnen mensen toch nog veel om elkaar geven. Volgens Justine ligt daarin de kracht die nodig is om er samen uit te komen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.