Heilooënaar ontcijfert Luwische ’hiëroglyfen’

Heilooënaar ontcijfert Luwische ’hiëroglyfen’
De eerste delen van de Luwische inscriptie.
© Foto aangeleverd
Heiloo

Moeiteloos leest historicus Fred Woudhuizen uit Heiloo voor uit een soort hiëroglyfentekst van zo’n 3200 jaar oud. Het is Luwisch, een duizenden jaren geleden al uitgestorven taal uit het centrale deel van Turkije. Hij heeft de tekst vertaald voor een net uitgekomen boek over onder andere de stad Troje.

De tekens lijken iets eenvoudiger dan de Egyptische hiëroglyfen, maar een alfabet is het bepaald niet. „Dit driehoekje staat voor een plaatsnaam”, legt Woudhuizen uit. „En dit teken (een soort mannetje met een rondje om zijn hoofd, red) staat voor Groot-Koning.”

Hij vertaalt een deel van de tekst. „De Groot-Prins van Troje, Muksus, gaat met zijn vloot naar de Levant, het tegenwoordige Israël en er verschijnt een fort bij Ashkelon, op de grens met Egypte. Meerdere zeevolken vallen Egypte aan, maar de farao, Ramses III, laat zich niet verjagen. De aanval mislukt en de zeevolken vestigen zich in Israël. Onder andere de Filistijnen, die van Kreta kwamen.”

De tekst beschrijft verder wat de Luwische Groot-Koning Kupanta Kurunta allemaal heeft gedaan. „Hij heeft forten laten bouwen, wegen aangelegd, verschillende militaire campagnes gevoerd. Het wordt altijd een beetje opgeblazen, hij wil kennelijk laten zien hoe belangrijk hij is. Maar de tekst bevat heel veel informatie uit een donkere periode.”

De tekst was vroeger één lange in steen gebeitelde rij van 29 meter lang. Hij leest ’gewoon’ van links naar rechts, maar wel met telkens kolommen van drie tekens boven elkaar. „De tekst doet gangbaar aan, hij leest makkelijk. Er moeten meer van die teksten in het Luwisch zijn geweest, maar die zijn waarschijnlijk in hout gekerfd of op perkament geschreven, en in de tijd vergaan.”

Fundering

De tekst dook op toen de Duitse historicus Eberhard Zangger met een boek bezig was over de Luwiërs en de Trojaanse oorlogen. „Het origineel is een in rots gebeitelde inscriptie van 29 meter lang”, vertelt Woudhuizen. „Dat was in Beyköy, in het midden van Turkije, in de buurt van Afyon. Dat is nu een belangrijk verkeersknooppunt en dat was in de Oudheid waarschijnlijk niet anders. Die stenen zijn later gebruikt voor de fundering van een moskee. Die zien we helaas voorlopig niet meer terug.”

De tekst vormt de basis voor de het boek van Zangger. Tot nu toe was onduidelijk, wat er in die tijd, 1200 jaar voor Christus, de laatste bronstijd, is gebeurd aan de oostkant van de Middellandse Zee. De rol van de Luwiërs, kennelijk goede zeelui en oorlogsvoerders, was nooit echt bekend.

Met de Luwische geschreven taal is het overigens niet heel goed afgelopen. Het transformeerde naar neo-Hettitisch, maar zo rond 700 voor Christus is het voorbij. Dan neemt het Phoenische alfabet het over.”

Meer nieuws uit Alkmaar

Lees hier de digitale editie



Volg ons