Wieringen: wind, water en wad

Redacteuren van de regionale dagbladen in Noord-Holland verkennen hun omgeving graag te voet. In deze wandelrubriek beschrijven zij hun favoriete routes. Dit is aflevering 100. Het kriebelt al als de kerktoren van Oosterland in het vizier komt. Weer verliefd op Wieringen. Stukje Noordkop vol eilandsfeer. Wellustige welvingen in het landschap. Kronkelende dijk langs het wad. Tuunwallen, maar dan op z’n Wierings. En je bent er zo hoor vanuit de grote stad.

Wereld van wind, water en Wad. Dat is Wieringen.

We beginnen bij de kerk van Oosterland. Op naar Noordburen. Langs een akker waar de maïs is geoogst. Het stikt er van de kraaien. Waar is Van Gogh als je hem nodig hebt?

Dat golvende landschap. Door landijs opgestuwd keileem, dat is zo typerend Wieringen. Als je dan hoort dat boeren er wel eens over denken om die bulten mooi vlak te trekken. Foei!

De Valtrapper weg op. Boerderijen met gele steentjes. Dit heeft de eilandsfeer van Terschelling. Bij een huis met een muur van haardhout hangt een mysterieuze foto. Vreemde houtklompen die ergens op Wieringen de opkomst van de zon om 05.19 uur vangen. Later kom ik ze tegen in het land. Je zou zo om de hoek een druïde verwachten.

De dijk van het wad lokt als ik de Bierdijkerveldweg oploop. Maar eerst door naar Stroe. Links opeens een schelpenpad het land in dat eindigt bij een put vol water. Wat is dit voor put? Weer even over de schouder kijken of er een druïde rondloopt. Mysterie op het eiland.

Stof

In de verte klinkt een kettingzaag. Niks mysterieus aan. Dat moet bij Stroe zijn. Met zijn prachtige kerkhof. ’Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.’ Staat er boven de toegangspoort. En zo is het. Maar voorlopig wandelen we hier nog even voort. Leren bij Museum Jan Lont dat de Tuunwallen die Texel heeft als natuurlijke afscheiding hier ’Woalkes’ heten. De lage winterzon werpt lange schaduwen over de Woalkes.

Even links de Batumweg in, rechts de Noordburendwarsweg op en dan komen we in Noordburen. Gehucht van anderhalf huis. Wonen met je kont tegen het Wad aan. Want ik ruik de zee al.

Op naar de dijk. Je kunt onderlangs maar ik wil water en wad zien. Op de dijk mag je ook tussen de schapen stappen. Maar ik herinner me een fietsderailleur die hier op een fietspad volliep in de schapenstront. Ik kies het asfalt van de dijk.

Links het Wad, rechts het eiland. Hier loop je alleen met het geluid van je eigen voetstappen. Kun je je gedachten eindeloos laten wegzweven over het Wad. Zeker als het stormt. Maar nu. Nu schijnt de winterzon. Het is windstil en het Wad kabbelt wat. Je kunt je niet voorstellen dat de zee wel eens tegen de kop van deze dijk beukt.

In een oksel van de dijk doemt een stukje buitendijks land op.Vogelbroedgebied. Maar wel voor vogels die niet bang zijn om natte voeten te krijgen. Daar zijn de kraaien weer. Dwarrelen als een stel kwajongens door de lucht. Over het Wad en weer richting kerktoren. Kijk daar piekt de spits al weer boven de dijk.

Rien Floris

Lengte wandeling ca. tien kilometer. Gelopen in een uur en drie kwartier. Honden mogen mee.

Download hier de routekaart

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.