Thema van deze week: knieprotheses

nhd Administrator

Is leeftijd van invloed op het plaatsen van een prothese?In de beginjaren van de kunstgewrichten waren deze vooral voorbehouden aan oudere patiënten, grofweg boven de 65-70 jaar. Dit had te maken met het feit dat men niet goed wist hoe lang deze protheses goed bleven functioneren en hoe groot de kans op loslating was. In die tijd was een overleving van tien jaar al erg netjes.Omdat er in die tijd nog weinig ervaring was met protheses, was men erg bevreesd voor loslating en/of infecties van de protheses. Vooral ook omdat men toen niet zo makkelijk dit soort loslatingen, al dan niet door besmetting met bacteriën, kon oplossen. Men eindigde dan vaak met een stijf gezette knie of heup. Dat bestreed de pijn goed, maar functioneel was het natuurlijk niet gewenst.Inmiddels ligt die pionierstijd ver achter ons. Er is veel ervaring opgedaan met het vervangen van een losgeraakte prothese, de zogenaamde revisie- of wisseloperaties. Door deze ontwikkeling en allerlei verbeteringen aan de glijvlakken van de protheses met slimme materiaalkeuzes en betere sterilisatietechnieken zijn de overlevingspercentages van protheses sterk toegenomen. Hierdoor is de leeftijd waarop protheses geplaatst kunnen worden drastisch verlaagd.De huidige opvatting is dat in principe ook patiënten onder de vijftig jaar in aanmerking komen voor een prothese van knie of heup. Dit kan wanneer er sprake is van ernstige slijtage met pijnklachten, die de kwaliteit van leven ernstig beïnvloeden. Veel wordt gezegd dat patiënten klaar moeten zijn voor hun prothese, waarbij criteria gelden als pijn bij iedere stap en wakker worden van de pijn, zodat een chronische vermoeidheid ontstaat met pijn. Een zeer onwenselijke situatie.Het besluiten tot het plaatsen van een prothese in een gewricht is altijd een weloverwogen beslissing, mede omdat er geen weg meer terug is.Overigens blijkt uit de medische literatuur, dat patiënten onder de vijftig jaar net zo goed functioneren met hun protheses als zeventigplussers. Er is echter een essentieel verschil tussen beide groepen: jongere patiënten zijn in de regel actiever en er is dus een kans dat protheses daardoor sneller slijten. Veel hard bewijs is hier nog niet voor.

1. Hoe lang gaat een prothese mee?

In principe gaan hedendaagse protheses, knie en/of heup langer dan twintig jaar mee. Er worden in allerlei landen registers bijgehouden voor de meeste typen protheses, waarvan een survivalrate (overlevingscurve) wordt bijgehouden.

Sinds enkele jaren gebeurt dat ook in Nederland via de Landelijke Registratie Orthopaedische Implantaten (LROI). Wij lopen helaas erg achter op de Scandinavische landen.

Meestal scoren de A-typeprothese boven de 92-95 procent over vijftien jaar of langer, waarbij er zelfs van sommige prothese al 25 jaar gegevens zijn. De kans dat een prothese na vijftien jaar nog functioneert, is dus grofweg hoger dan 90 procent.

Dit is nadrukkelijk niet hetzelfde als dat iedere patiënt gelukkig is met zijn prothese, die nog in het lichaam zit.

Grofweg liggen de klinische succespercentages voor knieën tussen de 85-95 procent en voor heupen nog wat hoger. Dat betekent dat 85-95 procent van de patiënten tevreden is over zijn/haar knieprothese en nog meer mensen over hun heupprothese.

2. Kan je na een halve prothese nog een hele laten plaatsen?

Het is goed mogelijk om een halve knieprothese te wisselen voor een totale knieprothese, wanneer de slijtage in de rest van de knie de halve knie prothese als het ware heeft ingehaald. Dit geldt overigens ook voor patiënten die een standscorrectie hebben ondergaan.

In principe is een halve knieprothese een uitstekende keuze voor de patiëntengroep tussen grofweg 50-70 jaar. Een halve prothese is geschikt wanneer er sprake is van alleen slijtage aan de binnen-of buitenzijde van het kniegewricht bij een vitale patiënt zonder te veel overgewicht en een niet al te scheef been.

Er kan en mag namelijk niet (te) veel gecorrigeerd worden met een halve prothese. Door corrigeren wordt de druk in het niet aangedane gedeelte opgehoogd, waardoor dit deel van de knie versneld slijt.

Met een standscorrectie mag dit juist weer wel. De druk wordt wel wat verplaatst naar het niet aangedane deel, maar onder meer fysiologische condities. Dus middels een meer natuurlijke belasting.

In de medische literatuur wordt wisselend aangeven dat het wisselen van een halve naar een hele knie een simpele procedure is, waarbij het soms nodig kan zijn de nieuwe knie te voorzien van extra afsteunstelen. Deze afsteunstelen vangen als het ware de druk op over een groter oppervlak, zodat de nieuwe knie niet zomaar kan inzakken.

Mijn persoonlijke ervaring is dat het vrijwel nooit nodig is om deze te gebruiken. Een dergelijke wisseloperatie is vergelijkbaar met het plaatsen van een standaard totale knieprothese en deze heeft dus ook dezelfde revalidatieperiode. Uitzondering hierop is wanneer de halve knie fors is ingezakt, waardoor er een breuk in het bot met inzakking ontstaat. Hierbij is er botverlies ontstaan, wat de wisseloperatie altijd lastiger maakt. Er moet dan soms gebruik worden gemaakt van afsteunwigjes en/of botvullers, wat de operatie complexer maakt.

3. Is leeftijd van invloed op het plaatsen van een prothese?

In de beginjaren van de kunstgewrichten waren deze vooral voorbehouden aan oudere patiënten, grofweg boven de 65-70 jaar. Dit had te maken met het feit dat men niet goed wist hoe lang deze protheses goed bleven functioneren en hoe groot de kans op loslating was. In die tijd was een overleving van tien jaar al erg netjes.

Omdat er in die tijd nog weinig ervaring was met protheses, was men erg bevreesd voor loslating en/of infecties van de protheses. Vooral ook omdat men toen niet zo makkelijk dit soort loslatingen, al dan niet door besmetting met bacteriën, kon oplossen. Men eindigde dan vaak met een stijf gezette knie of heup. Dat bestreed de pijn goed, maar functioneel was het natuurlijk niet gewenst.

Inmiddels ligt die pionierstijd ver achter ons. Er is veel ervaring opgedaan met het vervangen van een losgeraakte prothese, de zogenaamde revisie- of wisseloperaties. Door deze ontwikkeling en allerlei verbeteringen aan de glijvlakken van de protheses met slimme materiaalkeuzes en betere sterilisatietechnieken zijn de overlevingspercentages van protheses sterk toegenomen. Hierdoor is de leeftijd waarop protheses geplaatst kunnen worden drastisch verlaagd.

De huidige opvatting is dat in principe ook patiënten onder de vijftig jaar in aanmerking komen voor een prothese van knie of heup. Dit kan wanneer er sprake is van ernstige slijtage met pijnklachten, die de kwaliteit van leven ernstig beïnvloeden. Veel gezegd wordt dat patiënten klaar moeten zijn voor hun prothese, waarbij criteria gelden als pijn bij iedere stap en wakker worden van de pijn, zodat een chronische vermoeidheid ontstaat met pijn. Een zeer onwenselijke situatie.

Het besluiten tot het plaatsen van een prothese in een gewricht is altijd een weloverwogen beslissing, mede omdat er geen weg meer terug is.

Overigens blijkt uit de medische literatuur, dat patiënten onder de vijftig jaar net zo goed functioneren met hun protheses als zeventigplussers. Er is echter een essentieel verschil tussen beide groepen: jongere patiënten zijn in de regel actiever en er is dus een kans dat protheses daardoor sneller slijten. Veel hard bewijs is hier nog niet voor.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.