Op slot

Hedzer Faber

Toen ik de ANWB Alarmcentrale net had opgehangen begon het - om de sfeer compleet te maken - ook nog zachtjes te regenen.

De kat had het beter voor elkaar. Die kroop door zijn eigen luikje de droge schuur in.

Door het portierraam van de afgesloten auto zag ik het gezichtje van mijn anderhalf jaar jonge zoon Luuk in het kinderzitje steeds verder vertrekken. Kiekeboe hielp niet meer en langzaam raakte mijn katoenen trui van hemelwater verzadigd. Ik zag mijn jas, die ik nu zou goed zou kunnen gebruiken, en daar beneden, ergens onder Luuks voeten, daar moesten de autosleutels liggen. Hij had ze net nota bene van mij gekregen voor ik uitstapte. Want ze rammelen zo leuk.

Een geluk was nog dat hij inmiddels zo vaak op het opslotknopje had gedrukt - door mij vanaf buiten aangemoedigd: ’druk maar op de knopjes Luuk!’ - dat het alarm was uitgeschakeld en we alleen met een loeiend kind en geen loeiende sirene te kampen hadden.

De alarmcentrale zegde toe dat de hulp met spoed zou komen. En gelukkig maar, want elke seconde voelde als een minuut. En wat kan een mens blij zijn als er zo’n gele VW-bus om de hoek komt. Toen ik mijn nasnikkende kroost eenmaal veilig op de arm had, zei ik ’Zoiets…’, en de Wegenwacht maakte mijn zin af: ’…overkomt je maar één keer’.

Meer nieuws uit NHD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.