Onderweg: Musa’s zoektocht

Rob Bakker

Hij zou chauffeur willen worden. Van een taxi, net als in Gambia. Of beter nog: van een bus. Touringcar of stadsbus, het maakt hem niets uit.

Verder heeft Moises Nying Cordon - beter bekend als ’Musa’ - geen andere verlangens van het leven dan een rustig, zorgeloos bestaan. Als er maar eens een einde komt aan die eindeloos lijkende zoektocht naar een nieuw leven, een leven dat rust biedt en hem in staat stelt zijn eerste 26 jaar af te sluiten.

Vandaag is Musa in Alkmaar verzeild geraakt. Zijn vriendin is Alkmaarse. Ze is in verwachting. Hij is bij de gemeente geweest in een poging het ongeboren kind waarvan hij de vader wordt, straks ook zijn naam te kunnen geven. ,,Mijn vriendin wil het kind alleen opvoeden. Maar ik wil dat het kind weet wie zijn vader is. Een kind moet eigenlijk een moeder én een vader hebben. Anders vergaat het hem of haar net zoals mij.’’

Musa is van 1989. Geboren in Barcelona. Z’n vader komt uit Gambia, z’n moeder was een drugsverslaafde Spaanse, die veertien jaar in allerlei klinieken en ziekenhuizen doorbracht totdat ze vorig jaar overleed.

Musa was twee jaar toen zijn vader hem meenam naar Gambia. ,,Zeg maar gerust ontvoerd. Mijn moeder heeft twee keer een poging gedaan mij terug te halen naar Spanje, maar dat eindigde steeds in een drama. Mijn vader liet me gewoon niet gaan. Sloot me desnoods op. Ik denk dat het uiteindelijk de stress en het verdriet zijn geweest die de vroege dood van mijn moeder hebben veroorzaakt.’’

Musa’s jeugd in Gambia was hard. ,,Als halve Europeaan wordt je daar als buitenlander gezien. Je wordt met de nek aangekeken. Ik ben opgegroeid zonder moeder. En zonder moeder is het leven in Gambia extra zwaar. De familie van mijn vader wilde niets met mij te maken hebben. Mijn leven was eenzaam. Toen ik er oud genoeg voor was besloot ik de benen te nemen en naar mijn moeder in Spanje te gaan. Per slot van rekening had ik ook de Spaanse nationaliteit.’’

De vlucht naar het noorden was zoals we die kennen van de journaalbeelden: een wankel bootje waarmee vanuit Libië Italië bereikt moet worden, volgestouwd met mannen, vrouwen en kinderen. Voordat ze aan boord stapten moest iedereen het paspoort inleveren bij de mensensmokkelaars. Na twee dagen dobberen op zee, werden ze door de Italiaanse kustwacht opgepikt.

,,Ik had gehoord dat het gemakkelijker is om als vluchteling naar Nederland te gaan dan naar Spanje. Zo kwam ik hier terecht. In het opvangcentrum in Ter Apel werd al snel duidelijk dat ik ook niet zomaar via Nederland naar Spanje kan reizen, hoewel ik de Spaanse nationaliteit heb. Door al die verwikkelingen dreigen ze me nu uit te zetten naar Gambia. Ik heb nog twaalf weken om te bewijzen dat ik, door mijn Spaanse nationaliteit, een Europees staatsburger ben. Bij de Spaanse ambassade zeggen ze dat ze mij willen helpen, maar zekerheid heb ik niet. Ik zou het echt verschrikkelijk vinden om terug te moeten naar Gambia. Heb ik voor niets mijn leven gewaagd in een levensgevaarlijk bootje.’’

Nog erger vindt Musa het dat hij zijn moeder nooit meer in levende lijve heeft teruggezien. ,,Ik was te laat. Net als mijn familie in Gambia wil mijn familie in Spanje niets van mij weten. Toen ik in Nederland was gearriveerd vertelde een neef mij dat mijn moeder was overleden en inmiddels begraven. Als je het niet meegemaakt hebt is het onvoorstelbaar.’’

Meer nieuws uit Alkmaar

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.