Sportbestuurders...

Harry Janmaat

Vroeger was alles anders. Juist: anders en niet beter. Vroeger was een voorzitter van een voetbalclub een statige mijnheer die met een zwarte, lange jas de tribune opklom, links en rechts netjes wat mensen gedag zei en klapte voor een doelpunt. Ook voor een goal van de tegenpartij. Dat was sportief en soms gemeend. Ja, aanzien speelde toen ook wel een beetje mee. En het leuke gevoel een keer of wat per jaar mee te mogen reizen naar een verre uitwedstrijd.

Toen kwam het geld.

Aanzien alleen was niet voldoende meer. Besturen werd een dagtaak met een ruim salaris, met airmiles en een volle agenda. Weg waren de afspraken op de achterkant van een bierviltje, nu waren het serieuze gesprekken met gladde managers van sportmensen; lieden die, hoe dan ook, de boel belazerden.

Het pluche werkte bedwelmend, de Chablis smaakte goed, de koninklijke suite werd een droom en het eenvoudige sportpubliek kon zich de nek strekken om de sportbestuurders hoog in hun ereloges te aanschouwen. En dus overspeelden ze, de meesten toch, hun hand. Aandelen, beursgang, grabbelaars, leningen, miljoenen hier, miljoenen daar, onderling onanerend genoegen, het licht van de schijnwerper was zo lekker warm. En ze kregen de wind van voren en van achteren, van opzij en ze sneuvelden. Omkoping, niet adequaat optreden, vriendjespolitiek, gevlei, gedoe.

Doping gerelateerde zaken werden weggeschoven, dat was eng, dat deed het niet goed in hun koninkrijken. Topsporters werden beschermd, zijzelf namen er nog een toppositie in het bedrijfsleven bij en de ballon werd steeds meer opgeblazen.

Dat jarenlang (misschien zelfs wel decennialang) hele dopingcomplotten weggeschoven werden, dat ellebogenwerk een gemeengoed werd, dat het betalen van 1,8 miljoen voor verleende vriendendiensten ’normaal’ werd, dat een voorzitter van een wereldsportbond het maar niet kon begrijpen dat een (betaalde) positie bij een sportschoenenfabrikant geen handige zet was, dat liegen en draaien normaal werden… dat alles werd eigenlijk het gangbare gedrag voor de sportbobo van deze tijd.

Welke instantie kan zulke processen stoppen? Onderling de boel schoonmaken? Natuurlijk niet, want het pluche zit veel te lekker.

Die zieltogende mannen bij Twente en hun connecties met een investeringsmaatschappij op Malta? Als het niet zo zielig was, kon het een leuke Jiskefet-uitzending zijn.

Helaas is het allemaal gebeurd en gaat het gewoon door. Lang leve de bestuurder van een klein amateurclubje die op een natte zondagmorgen lijnen trekt op het veld om de junioren te laten spelen. Lang leve de nuchterheid en het gewone, maar ik ben bang dat ik achterloop.

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen