Liefde

Er zijn liedjes die zo sterk aan een zanger zijn gaan kleven dat het publiek niet eens meer weet dat de schepper iemand anders was, iemand die zelf ooit een levende legende was.

Omdat de pianiste Valentina Tóth ook zangeres is, was haar gevraagd om na een hartverscheurende sonate van Schubert ook nog ’iets’ te zingen. Ze verraste met ’Liefde van later’. Ze zei erbij: ,,Van Herman van Veen.’’ En het publiek zuchtte: ,,Ach ja, Herman van Veen.’’

De artiest Herman van Veen is gevoed door bewondering voor onder anderen Jacques Brel. Die schreef in 1966 met Gérard Jouannest ’La chanson des vieux amants’. Het gaat over de liefde tussen twee oudere mensen, zich bewust van hun buitenechtelijk verkeer.

In zijn grootse biografie vertelt René Seghers dat Brel het lied ontleende aan de affaire die zijn moeder in 1939 had met een jonge minnaar: Maurice, de onderwijzer van de kleine Jacques.

Dat moet een leerzame periode voor het knaapje zijn geweest. Vooral de afloop: vader Romain Brel nam het ruim op, want samen hadden ze vaak geanimeerde gesprekken over de politiek.

Herman van Veen zong het lied in de vertaling van Lennaert Nijgh waarin menigeen zich lijkt te herkennen. Valentina Tóth is jong, maar na die Schubertsonate zong ze die tekst broos en betraand, als was het haar eigen verhaal. Ook jonge mensen maken in de liefde veel mee.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.