Peuk

Medewerker Internet

In mei dit jaar gaf de Franse sterauteur Michel Houellebecq een openbaar interview in Utrecht. Een verslaggever zag dat Houellebecq zijn jas aanhield en rookte op het podium. ‘Sigaret nummer een (er zouden er nog twee volgen) voor de verandering tussen wijs- en middelvinger geklemd, en niet tussen middel- en ringvinger, zoals we van hem gewend zijn.’

Omdat Houellebecq bij sommigen heftige bewondering oproept, ging na afloop een vrouw het podium op en haalde de drie peuken die in NRC Handelsblad werden genoemd uit de asbak en stuurde ze aan bewonderaars van de schrijver.

Zo viel bij mij deze week een envelop in de bus met de peuk van een filtersigaret erin, tussen wijs- en middelvinger gerookt. Hij zat in een zakje met drukstrip waarop met viltstift ‘M. Houellebecq 17.5.15 Hotel Utrecht’ geschreven stond.

De mottige peuk is voor mijn rariteitenkabinet waarin ik ook een zelfgetrokken kies van mijn pleegmoeder en een verschrompeld Durex-condoom van mijn vader bewaar, het condoom waar ik mijn bestaan aan dank omdat hij het op een zomeravond in 1966 vergat te gebruiken.

Vorige week begon in Le Monde een biografische reeks over Houellebecq, waarvoor de journaliste de schrijver en zijn intimi benaderde. Houellebecq liet per mail weten dat hij weigerde met haar te praten en ‘ik zal aan iedereen die ik ken vragen hetzelfde te doen’. De journaliste omschreef hem daarop als een ‘poseur die zijn imago angstvallig bewaakt’.

Een interessante gedachtegang. De journaliste wil niets liever dan haar onderwerp naakt aan de wereld tonen, terwijl haar subject zijn kleren graag wil aanhouden, desnoods om een zorgvuldig gecreëerd imago te bewaken, dat is om het even. Hij verzet zich met recht en reden tegen de naaktheid die hem door onbekenden wordt opgedrongen.

De schandaalpers redeneert dat wie beroemd wil zijn, haar ziekelijke nieuwsgierigheid over zichzelf heeft afgeroepen. Volgens deze parasitaire redenering verlies je het recht op een privéleven zodra je je in de openbaarheid van de kunst, sport of visuele media begeeft.

De uitstekende essaybundel ‘Aan de rand van de wereld’ die vertaler Martin de Haan recentelijk over Houellebecq publiceerde, besluit met een niet eerder gepubliceerde autobiografische tekst van Houellebecq uit 2005, getiteld ‘Doodgaan’. ‘Nooit meer’, schrijft hij, ‘zal ik iemand als een vriend kunnen beschouwen die in een voor publicatie bestemd werk ongevraagd feiten uit mijn privéleven openbaar maakt waarover ik, tot nu toe in elk geval, niet zelf heb willen schrijven. Ik heul niet met de dienaren van de transparantie. Mijn leven behoort mij toe.’

Een heldere afbakening van de persoonlijke levenssfeer. Zo beschouwd is de journalist ook een schrale dief van wat de schrijver zelf nog zoveel beter had willen zeggen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.