Doei

Louise Korthals

Het was zover. Zomaar op dinsdagavond, tussen een rood aangelopen Samsom en de liefdesverdrietliedjes van ’De wereld draait door’ in; een echte sterfscène. Er was een documentaire gemaakt over de Levenseindekliniek en daar hoorde dit fragment bij, aldus Matthijs. Die nog wel tot twee keer toe waarschuwde dat het emotioneel was om te zien.

Ik zat op de grond midden in de woonkamer en ik twijfelde of ik zou kijken. Maar ik deed het. En daar ging mevrouw Goudriaan, met keurig gekamde haren, een lila trui en opgetekende wenkbrauwen in haar eigen gebrekkige woorden ’huppakee’. In de armen van haar man, die na een paar kussen op haar mond ’doei’ zei.

Op de achtergrond konden we haar zus en stokoude moeder zien snikken, terwijl het infuus werd ingebracht en ogenschijnlijk langzaam maar in werkelijkheid bijzonder snel zijn werk deed. En toen was het voorbij. Aan tafel werd nog even kort nagepraat over de praktische kanten van de euthanasie en daarna moesten we door naar het muzikale minuutje.

Een muzikaal minuutje dat wel een uur had mogen duren vond ik. De tranen stroomden me telkens over de wangen als ik dacht aan het beeld van die man die mevrouw Goudriaan zo ongewoon gewoon vaarwel kuste, ’doei’ zei en haar met zijn rood doorbloede handen vasthield toen ze ’huppakee’ ging.

Volgens de arts en de psychiater, die te gast waren bij Matthijs en werkzaam zijn bij de Levenseindekliniek, is de documentaire belangrijk omdat de aandacht die we hebben voor nieuw leven en geboorte oneerlijk veel groter is dan de aandacht voor het einde van mensen. (Iets wat we dan weer niet kunnen zeggen van de Ajaxsupporter die een pop van Kenneth Vermeer smakeloos verhing in de Arena.)

Ik dacht aan mijn vader. Hij maakte ooit een boekje met ’managementwijsheden’ wat begon met de zin ’Kees Korthals als interimmanager is de beste, dat weet ik zeker, dat heb ik van hemzelf’. Met daarnaast fotootjes van volstrekt onbeduidende kunst die hij door de jaren heen had verzameld.

Ik vroeg hem eens wat na al die jaren nou eigenlijk zijn belangrijkste wijsheid was. Hij keek bedachtzaam en zei toen resoluut: ,,Besteed net zoveel aandacht aan het aannemen van mensen als dat je besteedt aan hun afscheid.”

Opeens begreep ik waarom mijn vader over het algemeen geliefd was bij oud-werknemers en collega’s, ook al had hij soms pijnlijke reorganisaties moeten doorvoeren ten behoeve van de levensvatbaarheid van de organisatie.

En misschien is dit ook wel de belangrijkste les voor politici vandaag de dag: besteed net zoveel aandacht aan waar mensen vandaan komen als waar mensen naartoe gaan.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.