Kameraden voor het leven

Kameraden voor het leven
Joop Lodewijk met enkele aandenkens aan zijn uitzending. Vlnr: Het boekje over Nieuw-Guinea, handboek voor de soldaat, herinneringskruis en foto’s van Lodewijk tijdens de bootreis en in het kamp.
© Foto José Pietens
Zaandam

’Kweek kameraadschap’ staat in het boekje dat Nederlandse militairen kregen ter voorbereiding op hun uitzending naar Nieuw-Guinea. Het was een van ’De tien geboden voor een gezond leven’. De militairen knoopten dat gebod goed in de oren. Om te overleven in een dichtbegroeide jungle vol vijanden op de loer, waren ze van elkaar afhankelijk, zegt de Zaandamse veteraan Joop Lodewijk.

Nieuw-Guinea was na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 Nederlands ’laatste stukje Indië’ en inzet van een slepend conflict tussen beide landen, dat eind jaren vijftig een meer militair karakter kreeg. Er vonden geregeld gevechten plaats en Nederland voerde de troepensterkte op. Onder deze militairen bevond zich de jonge Lodewijk. De Zaandammer werkte in de botermakerij van Cacao De Zaan toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst. „Op een dag hoorden we dat wij - als beste bataljon - werden uitgezonden naar Nieuw-Guinea. We hadden drie dagen om naar huis te gaan, afscheid te nemen en terug te keren naar de kazerne in Ermelo. Veel ouders kwamen daar voor nog een afscheid. Sta je bij het hek en zie je je vader en moeder huilend vertrekken. Dat doet nu nóg zeer.”

In Rotterdam gingen de jongemannen aan boord met het idee dat ze ’nooit meer terug zouden komen’. „We gingen immers de oorlog in.” Na zes maanden varen bereikten ze de gordel van smaragd. „Midden in de bushbush, er was helemaal niets. We sliepen in open tenten en hadden zelf een kantine gebouwd. Het was er zo dichtbegroeid dat je de weg niet kon vinden en ’s nachts was het zo donker, dat je niets kon zien. Ondertussen wist je dat de vijand achter elke boom kon zitten. Die spanning grijpt je enorm aan.”

Kameraden voor het leven
Foto op de veteranenpas (uit 1962) van een piepjong ogende Joop Lodewijk.

Lodewijk zat bij een antitankgeschut dat de kust moest verdedigen tegen vijandelijke schepen. ’s Nachts werden Indonesische parachutisten op het eiland gedropt, die in de lucht moesten worden uitgeschakeld met granaten. „Want als ze eenmaal waren geland, kon je ze nooit meer terugvinden. Je zag helemaal niks.”

Geweer

Eenmaal heeft Lodewijk zijn geweer gebruikt. „Onze patrouille werd aangevallen, toen ben ik gaan schieten. Al zag ik niet waarop en weet ik ook niet of ik iemand heb geraakt. Op dat moment was het: zij of ik. Ik koos voor mezelf, maar later heb ik vaak gedacht: ’Ik heb een mens kunnen doden’. De vijand was óók een mens, die zomaar vanuit de schoolbanken in een vliegtuig was gezet en gedropt.”

De Nederlandse militairen wisten niet dat buiten de kustlijn ’een halve Russische vloot’ lag te wachten. ,,Zij trokken op met Indonesië.’’ Die vloot kwam nadat Nederland had besloten zich terug te trekken. „Daar zat maar vier uur tussen. Wij waren met veel te weinig man om iets tegen die vloot te kunnen doen. Als zij eerder naar de kust waren gekomen, waren we finaal plat geweest.”

Verraden

Nederland koos eieren voor zijn geld toen in augustus 1962 bleek dat Indonesië een grote invasie voorbereidde en dat ons land geen steun van bondgenoten hoefde te verwachten. Nieuw-Guinea werd overgedragen aan de Verenigde Naties en later Indonesië. „Veel Papoea’s stonden aan onze kant. We hebben ze verraden. Door het besluit van de hoge heren moesten wij de Papoea’s achterlaten en zijn er enorm veel afgeslacht. Dat houdt me heel erg bezig.”

Terug in Nederland pakte Lodewijk zijn gewone leven weer op. Hij ging aan de slag als taxichauffeur en later automonteur. Toen zijn kinderen gingen studeren, besteedde hij jarenlang vele avonden aan zelfstudie. Zestien jaar zat hij in de bewonersraad van ZVH en zette hij zich in voor Huurdersoverleg Zaanstreek. Hij is een man van de gemeenschapszin, van sociaal zijn. Kent iedereen in zijn buurtje en steekt de helpende hand uit. Die sociale en kameraadschappelijke inslag zijn gegroeid in die vijf maanden in Nieuw-Guinea, zegt hij. „Toen wij in ’62 in Rotterdam van boord kwamen, was er geen begeleiding. Dat is iets van de laatste jaren. Je kreeg je herinneringskruis en toen was het doei. Al die jaren heb ik mijn ervaringen weggestopt, maar het verleden komt later altijd terug.”

Reünies

Sinds 1997 bezoekt hij de reünies van veteranen uit Nieuw-Guinea en Indië. Vijf jaar geleden was hij voor het eerst bij de landelijke veteranendag. „Liepen we met hele colonnes door de straten van Den Haag. Ik had de tranen in mijn ogen staan. Langs de hele route stonden mensen te applaudisseren, we kregen waardering voor wat we hebben gedaan.”

Veteranen onder elkaar, dat is iets bijzonders. „Of ik ze nu ken of niet, door een veteraan word ik altijd begroet met ’Hé, maat’. Zo indrukwekkend, je hoort meteen bij de groep. Veteranen zijn elkaars kameraden en zulke mensen zou ik in mijn eigen buurt, in Zaanstad, ook graag ontmoeten.”

Meer nieuws uit Zaanstreek

Lees hier de digitale editie



Volg ons