Migrantenouder bang voor radicalisering

Eric Kok
Den Haag

Marokkaanse en Turkse ouders in ons land zijn bang dat hun kinderen radicaliseren. Ze weten niet goed hoe zij dat moeten verhinderen, maar kloppen met hun zorgen zelden aan bij hulpverlenende instanties.

Dit blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Daarvoor werden 1100 migrantengezinnen geïnterviewd, ook van Surinaamse en Antilliaanse afkomst.

Islamitische migrantenouders hechten eraan dat hun kinderen een religieuze opvoeding krijgen. Maar ze vinden het moeilijk in te schatten wanneer religieuze belangstelling omslaat in radicale ideeën. Geloof speelt een belangrijke rol in het leven van de ouders en dat willen zij overdragen aan hun kinderen. Volgens deskundigen zijn de zorgen over radicalisering bij ouders gegroeid sinds de aanslagen in Parijs en opkomst van IS.

Naast de angst dat hun kinderen naar Syrië afreizen, vrezen deze migrantenouders dat hun kroost geen werk kan vinden, ontspoort en het criminele pad opgaat. Daarom hameren zij bij hun opvoeding vooral op het halen van een diploma en proberen zij hun kinderen met straffe hand op te voeden.

Opstandig

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat migrantenkinderen vaker boos en opstandig zijn dan autochtone jeugd. Ze vinden ook minder vaak aansluiting bij leeftijdgenoten. Waar het vormen van een eigen mening bij een autochtone opvoeding van groot belang is, is dat bij migranten veel minder het geval.

Dat leidt er volgens de onderzoekers toe dat de allochtone jeugd het niet vanzelfsprekend vindt problemen en zorgen te delen met de ouders. Ouders weten veel minder wat hun kinderen uitspoken, wat de angst voor ontsporing en radicalisering voedt.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.