Bericht uit België en bier

archieffoto

archieffoto

Renée van der Nat

De beste culinaire publicist van de lage landen woont niet in Nederland. Er is geen wedstrijd onder culinaire schrijvers, althans niet eentje met een wedstrijdcommissie, lijnrechters en spelregels die bepalen wie wint. Hoe weet ik dan zo zeker wie de beste is? Lezen.

Mijn held is een bescheiden man met stille humor, die elke week iets te vertellen heeft wat maar weinig mensen wisten. De enige ook die aarzelt en soms durft te zeggen dat hij het niet weet. En dat voor een schrijver die het van alle publicisten over eten en drinken nou juist het beste weet. Zou hij in Amsterdam wonen, en dus alleen al daarom hoog van de toren blazen, en zou hij in een Nederlands tijdschrift schrijven, dan zou hij hier door culi’s op handen gedragen worden. Maar zo vreemd dan toch. Hij schrijft in dezelfde taal als de onze, woont maar een paar uur fietsen zuid van Eindhoven en toch heeft hier niemand van hem gehoord.

Nick Trachet. Hij schrijft (en dat al jaren aaneen) in het weekblad Brussel Nieuws en is, voor wie met zijn computer op het internet reist, goed te volgen. Zie www.brusselnieuws.be, klik op Eten & Drinken en vindt de man met alle verstand ervan. Op de website van het weekblad staan zijn jongste stukjes, maar ook die van eerdere datum. Waarschuwing: ga je lezen dan blijf je lezen.

Op de laatste dag van juni pakte hij uit over het dagelijks brood. Ook in België wil dat almaar minder deugen. Wit brood dat bruin geverfd wordt om het gezonder te doen lijken. Trachet: ’In Nederland lijkt het er soms op alsof ze schoensmeer door het slappe brood hebben gemengd. Zo donker dat de choco er op niet te herkennen valt.’ Maar dan heeft hij het over de mode van het zogenoemde meer granenbrood. Het gaat ook daar in België van gek te erger. Van vijf granen tot zelfs een dertien granenbrood. Trachet doet wat de ware culinaire journalist te doen staat. Hij gaat tellen. Hij vindt de ingrediëntenlijst en ziet dat er in het brood van z’n leven geen dertien granen zijn verwerkt, zelfs niet als je de soja en het lijnzaad meetelt met nog wat andere goedkope veevoeders die geen granen zijn.

Ik heb hem opgezocht in Brussel. Voor zaken. We gaan mogelijk samenwerken in een televisieprogramma en als dat doorgaat zal ik apetrots gaan rondbazuinen dat ik hem heb ontdekt.

Zaken in Brussel doet men ’op café’. Maar ook op het kerkhof. Trachet liet me het enige kerkhof zien dat in de stad ligt, achter zijn huis, naast zijn stamcafé. Er waren ooit meer begraafplaatsen, maar ze moesten weg, om reden van hygiëne. Dit ene kerkhof mocht blijven omdat er de rijkste, beroemdste, belangrijkste Brusselaars van weleer begraven zijn. Zonder te grinniken wees Trachet me de vervallen grafzerken en vertelde wie daar onder liggen, ooit geëerd, maar compleet vergeten. Het is goed toeven hier, je weet weer eens dat er niets van je overblijft.

Dat nam me ook zo voor hem in. Nick Trachet, bekend Brusselaar, zit in het café volkomen onbelangrijk te wezen en maakt niet het geringste lawaai, wat zowat iedereen in Amsterdam wel altijd maakt.

Ik dronk met hem een trappistenbier. Orval. Het beste bier van België. En hoe weet ik dat? Omdat hij het zegt.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.