Beroepsgeheim

Wim van der Wijk

In Den Haag wordt hard gewerkt aan het einde van het medisch beroepsgeheim. Drie ministeries buigen zich hierover, Volksgezondheid, Sociale Zaken en Justitie. In een concept-wetsvoorstel wordt onderzocht hoe het medisch beroepsgeheim van verzekeringsartsen kan worden opgeheven bij verdenking van fraude. Nieuw is het allemaal niet, onze privacy wordt door de Nederlandse overheid al sinds jaar en dag als een hinderlijk obstakel beschouwd en niet als een verworven recht.

Er zijn nog maar weinig levensterreinen waar de overheid, maar ook private partijen als verzekeraars niet meekijken. Het beroepsgeheim geldt onder voorwaarden nog voor het contact tussen cliënt en advocaat, bij de notaris en voor dat wat een patiënt deelt met zijn arts.

Dat is straks voorbij. Bij verdenking van fraude met arbeidsongeschiktheid of een zorguitkering krijgen verzekeringsartsen een meldingsplicht. Daarmee schendt dit kabinet niet voor het eerst het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Met het verbreken van het beroepsgeheim geef je inbrekers de code van de kluis. De overheid is als eerste binnen, daarna volgen zonder twijfel de verzekeraars, die ook graag willen weten waarover patiënt en arts in de spreekkamer zitten te smiespelen. Medische informatie is goud waard, verzekeraars kloppen al honderd jaar op de deur van de arts om inzage in patiëntgegevens.

De ratio van het beroepsgeheim is dat je vrijuit kunt spreken. Omdat er door het nieuw zorgstelsel veel taken naar de gemeenten zijn overgeheveld, hebben gemeenteambtenaren straks inzage in onze gegevens bij de geringste verdenking van fraude. Vertrouwelijke informatie komt zo in handen van lager gemeentepersoneel, dat zich bijvoorbeeld ook met huisvesting, toeslagen en paspoorten bemoeit. Pijnlijk en onwenselijk - en een belemmering om je arts het achterste van je tong te laten zien.

Fraude, schreef ik eerder, is het Sesam-open-u van de privacy. Met fraude als breekijzer wordt het privéleven openbaar en verdwijnen grondrechten als sneeuw voor de zon. Minister Schippers van Volksgezondheid is bepaald fanatiek als het gaat om fraudebestrijding in de zorg. Ze toont een gretige bereidheid om er de privacy van de burger voor op te offeren. Natuurlijk, zegt ze vergoelijkend, is het medisch beroepsgeheim een principieel punt, alleen moet de zorg ook betaalbaar blijven voor de burger. Wat er fundamenteel mis is met deze gedachtegang, is dat het beroepsgeheim en daarmee onze privacy een ruilobject wordt. Het kan bijvoorbeeld worden ingeruild tegen betaalbare zorg. Met betaalbare zorg bedoelt de minister: zorg zonder gesjoemel. Dat zij daarvoor wel voluit met onze privacy sjoemelt, is hier het grotere kwaad.

Het zou haar als liberaal sieren als ze het beroepsgeheim als een ononderhandelbaar principe zou beschouwen. Niet als handelswaar. Want zo verstaat minister Schippers het liberalisme: alles heeft zijn prijs.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.