Rokers gaan wéér stoppen

Gezondheidspsycholoog Marjolein Verbiest. Foto Marc de Haan

Ton de Lange
Leiden

Elk jaar probeert ’een heel leger’ te stoppen met roken. Favoriete startdatum is 1 januari, met de symboliek van ’nieuw jaar, nieuw begin’. Velen gaan eerst bij de huisarts langs

Professionals zoals de huisarts zouden met een training ’meer rokers kunnen identificeren en adviseren’. ,,Hoe stel je ongevraagd ’het stoppen-met-roken’ aan de orde? En hoe creëer je in de tijdsdruk van een consult bij een roker toch interesse voor een doorverwijzing naar de praktijkondersteuner, die vrijwel alle huisartspraktijken hebben en die de roker persoonlijk kan begeleiden.’’ Dit laatste heet in vakjargon ’interventie’.

Gezondheidspsycholoog Marjolein Verbiest (Bergen op Zoom, 1986) werkt bij het LUMC. Na haar afstuderen aan Universiteit Leiden begon ze in 2010 meteen aan een onderzoek naar hoe huisartsen het best kunnen helpen bij stoppen met roken. Dit jaar promoveerde ze.

Bewijs

Dat interventie effectief is, bewees gezondheidswetenschapper Marcel Pieterse al in 2000. Op basis van diens onderzoek stelde het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) in 2007 een richtlijn op. Het medisch centrum van de Erasmus Universiteit in Rotterdam onderstreepte eveneens ’dat stoppen met roken ook qua kosteneffectiviteit de meest zinvolle interventie is voor mens en maatschappij’.

Ze voegt hier nu het hare aan toe. ,,De huisarts moet bijvoorbeeld vooral niet vergeten te wijzen op het feit dat één stoppoging per jaar wordt vergoed via de basiszorgverzekering. Bovendien zouden ze minstens een keer per jaar het onderwerp ter sprake moeten brengen. Ze weten tenslotte welke patiënten rokers zijn. Zo geef je iemand in ieder geval de kans om te zeggen dat hij eigenlijk wel wil stoppen, maar het zonder hulp niet redt. Voor velen is het het best om de stoppoging samen met een professional goed voor te bereiden.’’

E-sigaret

Naast nicotinepleisters en -kauwgom, zuigtabletten of medicijnen zoals champix en bupropion, is er sinds een jaar of tien ook de e-sigaret. ,,Maar daarvan is wetenschappelijk niet bewezen dat het op lange termijn effect heeft en het is zéker niet onschuldig.’’ De tabaksindustrie speelt niet voor niets in op de e-sigaret, om toch producten te slijten aan ’afvalligen’.

Sommigen zien het als vervanging van de traditionele sigaret én beter passend bij de leefstijl, maar de e-sigaret is wél schadelijk. Propyleenglycol en glycerol irriteren luchtwegen; nitrosamines en formaldehyde zijn kankerverwekkend. De variant mét nicotine zal volgens Verbiest binnen afzienbare tijd onder de Tabakswet vallen. Dan moet de koper minstens 18 jaar zijn en mag hij de e-sigaret niet in openbare ruimten roken.

China

Volgens Verbiest gaat het ’gelukkig de goede kant op’. In de jaren vijftig en zestig rookte nog zo’n 40 procent van de bevolking, vooral mannen. Sindsdien daalt het aantal rokers. ,,Terwijl het in Afrika en Azië stijgt. Vooral China is een aandachtsgebied: 60 procent van de mannen rookt, al vanaf jonge leeftijd.’’

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.