Appelen

Marije de Leeuw

De laatste maanden van zijn leven lag mijn vader in de huiskamer, in bed. Hij zei niet veel, soms een woordje. Ik paste volgens schema op en dan was het vaak een kwartier lang stil, waarbij we elkaar af en toe aankeken. Tijdens zo'n aankijkmoment zei ik: 'Je kon een speld in een hooiberg horen vallen'.

Ik wist dat hij zou reageren. Dertig jaar lang hadden we genoten van de speld/hooiberg-verhaspeling van mevrouw Hoogstra, een vriendin van mijn moeder. Als we tijdens familiebijeenkomsten melig werden en mevrouw Hoogstra eenmaal geciteerd was, kwam de rest vanzelf.

'Wie een kuil graaft voor een ander, is een uitslover'.

'Zij stak er met kop en schotel bovenuit'.

'Wie het laatst lacht, is traag van begrip'.

Soms verzonnen we iets, soms werd het ons toegeworpen. Mijn vader was levenslang schoolmeester, tot in zijn laatste bed aan toe. Hij kon geen spreekwoordfout laten passeren, en kwam af en toe met een nieuw oeroud gezegde.

Het ging straks niet stortregenen, maar er kwam een schip met zure appelen aan. Ik ga niet naar het toilet maar ik ga de geit verzetten. Op de radio gehoord: 'Sta je mooi voor Jan met de korte lul'. Iemand betoogde: 'Ik heb dit geleverd aan Ajax, en ook aan Feyenoord, aan De Kuip. Ik garandeer u, straks zie je het in alle stadia van Nederland'. De groenteboer zei herhaaldelijk: 'Dat kost niet duur'. Het is niet duur en het kóst geld, schat van een groenteboer.

Ik hoor te vaak: 'Het klopt als een bus'. Oei, oei. Want het is: 'Het klopt als een zwerende vinger' en 'Het sluit als een bus'. Bussen kloppen niet, bussen slúiten. Mijn vader, toen al berustend: 'Dat halen ze altijd door elkaar. Pas als je zelf een zwerende vinger hebt gehad, vergeet je het nooit meer'.

Maar de zwerende vingerfout is niet uit te roeien. Ik hoorde het twee keer in Buitenhof, ik hoorde het in een betoog van Van Gaal. En ik hoorde het afgelopen dinsdag 18 november Matthijs van Nieuwkerk zeggen, om 19.13u, in 'De wereld draait door'. Alle keren moest ik aan mijn vader denken, waarschijnlijk had hij zich daar in de laatste weken van zijn leven nog erg druk om gemaakt. Hij zou hebben gemompeld: vinger.

Een week voor zijn overlijden had ik wat voor hem meegenomen. Twee mooie pennen en een prachtig schrijfblok, in de ijdele hoop dat hij nog wat zou opschrijven. Ik vertelde dat ik het op mijn werk uit een voorraadkast had gehaald. De man die wekenlang af en toe één gerafeld woordje zei, haalde diep adem, keek mij aan en sprak vanuit zijn bed de volzin: 'Wie appelen vaart, die appelen gaart'. Een oud gezegde waar ik nog nooit van had gehoord. Maar het was volstrekt van toepassing. 'Finis coronat opus!' Voor wie dit niet even opzoekt: typerend doelpunt ver in blessuretijd.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.