Het Dossier: Horen, zien en mondje dicht

Cafe De Volendammer in Hoorn. Foto HDC Media

Cafe De Volendammer in Hoorn. Foto HDC Media

Richard Stekelenburg

Een Marokkaanse Amsterdammer werd van een paar centimeter afstand door het hoofd geschoten, maar honderd cafébezoekers hadden niets gezien. Zo leek het tenminste na de schietpartij in een Hoornse kroeg, op Koninginnedag 2002. Het werd een van de vreemdste doodslagzaken ooit.

Probeer in Hoorn een praatje aan te knopen over wat er toen gebeurd is in café De Volendammer en je ziet de gezichten verstrakken, elf jaar na dato. Iedereen weet waar je het over hebt, maar niemand heeft zin om er eens lekker op in te gaan.

Dat was in 2002 niet anders. Elhachmi Dahhouch (36) was dood, dat stond vast. Na een week was hij bezweken aan de kogelinslag boven zijn linkeroog. Maar er waren geen sporen, er was geen wapen, geen DNA, geen motief. De recherche moest het dus hebben van getuigen. Van de honderd aanwezigen kon of wilde echter niemand praten.

Gedragswetenschapper

Justitie zette alles op alles. Een gedragswetenschapper werd gevraagd hoe je angstige mensen over de streep kon trekken. Hun telefoons werden afgeluisterd om te horen wat ze vertelden als er geen politie bij was. Het OM belegde een speciale bijeenkomst; niet meer dan vijf van de 25 uitgenodigde kroegbezoekers kwamen opdagen. Getuigen werd gedreigd met aanklachten van meineed als ze zouden liegen. Justitie balanceerde op het randje: elke schijn dat de kroegbezoekers een bepaalde richting uit werden geduwd moest worden uitgesloten, want dan zou de advocaat er gehakt van maken.

Het was, zo gaf justitie toe, een uiterst lastige zaak. Alles wees naar één man. Maar er was niemand die het wilde uitspreken.

Bijna niemand dan. Met de grootst mogelijke tegenzin meldde zich een vrouw. Ze was over haar toeren en in de war. Op straat was ze iemand tegengekomen die had gezegd: ,,Meisje, mondje dicht, niet ouwehoeren, anders krijgen we gezeik.'' Anderen hadden haar toegesist dat 'haar tijd nog wel zou komen'. Iemand, zo vertelde ze, kwam naast haar lopen en bood tienduizend euro als ze zou zwijgen.

Sylvester Stallone

Maar ze zweeg niet. ,,Ik zat daar op het biljart'', verklaarde ze bij de politie. ,,En ik heb het schieten zien gebeuren.''

De dader was volgens haar Nico V. ,,Ik ken hem van vroeger. Ik weet wat zijn reputatie is en ik ben heel erg bang voor hem. Ik zag dat hij een wapen richtte. Daarna hoorde ik ''pok'. Die man deed twee stappen achteruit, viel tegen de zijkant van de deur en op de grond. Daarna zag ik dat V. door een ander het café uit werd geduwd.''

Naast haar in de kroeg had nog een andere vrouw gestaan. Een politieagent trof haar na de schietpartij huilend op de stoep. Ze durfde hem niet eens haar eigen naam te vertellen: 'straks ben ik de volgende'. Maar ze krabbelde wel de initialen van de schutter in zijn boekje, met een uitroepteken erachter.

Ook zij werd op straat aangesproken in de weken na het incident. Door V. zelf. ,,Hij pakte me bij mijn schouders en zei: 'maak je maar niet zo druk, het komt allemaal goed'. Ik schrok daarvan, had er een vreemd gevoel bij. Hij is een lange man, ik vind hem op Sylvester Stallone lijken.'' Bij een latere rechtszaak kon ze zich bij nader inzien niets meer herinneren. De politie zou haar onder druk hebben gezet voor die eerste, belastende verklaring.

Kinderen

De angst van de getuigen is voorstelbaar. V., ook wel 'de schrik van Hoorn' genoemd, heeft als voormalig helper van de geliquideerde topcriminelen Johnny Mieremet en Sam Klepper een verontrustende reputatie. Justitie probeert hem al jaren achter de tralies te krijgen voor een mislukte moordpoging op Heinekenontvoerder Cor van Hout. Tien jaar daarvoor had V. een portier van Yab Yum neergeschoten. De portier overleeft het, en de twee daarop volgende moordpogingen ook, maar in 1996 wordt hij alsnog gedood. V. zit dan in de gevangenis en justitie krijgt het niet bewezen dat de moordopdracht vanuit de cel is verstrekt. De familie van het slachtoffer kan dat niet verkroppen en in 2011 rijdt een broer van de portier V. van de sokken op een zebrapad. Vorige maand is V. nog tot 150 uur werkstraf veroordeeld omdat hij de bestuurder van een busje tot bloedens toe had geschopt en geslagen na een ordinaire verkeersruzie.

Tijdens de rechtszitting over de cafémoord, als V. maanden na de schietpartij eindelijk is opgepakt, klaagt hij over zijn slechte reputatie. ,,Ik ben ook vader van vier kinderen.'' Hij heeft niets met de dood van Hachouch te maken: ,,Hadden jullie me maar eerder gearresteerd. Dan hadden ze kruitsporen van mijn handen kunnen nemen, dan hadden ze kunnen zien dat ik niet geschoten heb. Hoe moet ik me nu verdedigen? Vanaf dag één ben ik verdachte, maar ik heb nog vier maanden vrij rondgelopen, hoe kan dat dan?''

Wankel

Hij had wel een punt, de zaak was wankel. Advocaat Bram Moszkowicz deed zijn best om de eerste getuige in de grond te boren. Ze gebruikte medicijnen, zat psychisch in de knoop en was dus door en door onbetrouwbaar, bepleitte hij. Bovendien had justitie in haar ijver om belastende informatie uit de cafébezoekers te krijgen, toch nog fouten gemaakt.

Het werd tien jaar cel, in hoger beroep twaalf. V. is inmiddels vrij.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.