Naar Nepal, kijken of het goed gaat

Henk Jan den Ouden
Heiloo

,,Als je dat landschap daar ziet, valt je bek open. En die gaat pas weer dicht bij zonsondergang.’’ Zo beschrijft Kees Hageman van de Highlow Rangers de natuur aan de voet van de Himalaya. Ook dit jaar gaan de Rangers er weer motorrijden. Omdat het zo mooi is, maar ook om te kijken wat er met hun donaties is gebeurd.

Als eerste hebben ze een paar maanden geleden geld gedoneerd aan Sherap Sherpa uit het dorp Brahal in de noordelijke streek Langtang, die ze op de Tibet-reis hadden ontmoet. Door de aardbeving daar waren veel dorpelingen letterlijk dakloos geworden. Met de donatie zijn golfplaten gekocht als dakbedekking voor de huizen. De Rangers gaan er in november met ongeveer een dozijn motorrijders kijken of alles goed is gegaan.

En ze gaan weer kijken bij het project van dorpsgenoot René Veldt, die op het platteland van Nepal een kindertehuis voor vijftig kinderen, van wie acht gehandicapt, en een school leidt. ,,De eerste keer waren we behoorlijk onder de indruk’’, zegt Ruud Bruin. ,,Hij zit daar nu vijftien jaar en heeft heel goed werk geleverd.’’ ,,Alles wat in Nepal beschikbaar is, gaat naar de hoofdstad Katmandu of de directe omgeving’’, legt Hageman uit. ,,De rest van het land is afhankelijk van particulier initiatief. Het is dankbaar werk. Met een euro kan je daar 25 keer meer doen dan hier, dus een kleine donatie helpt al.’’

Het is hard nodig. ,,Nepal heeft nog steeds een kastenstelsel, en de kastenlozen hebben het ’t slechtst’’, zegt Hageman. ,,Hun kinderen mogen niet eens naar school. Die help je dus het best met onderwijs en een warme maaltijd.’’

De reis gaat niet alleen langs de goede doelen. De Rangers willen dit jaar ook naar Bhutan, een bergstaat die net als Nepal tegen de zuidelijke rand van de Himalaya aan ligt. ,,We moeten daarvoor door de provincie Sikkim heen en dat is een heel gevaarlijk gebied’’, zegt Bruin. ,,En Bhutan zelf is ook niet helemaal kosjer. Maar Bhutan zit in onze kop, en dat gaat er niet meer uit.’’

Panne

De reis gaat per motor, ter plaatse gehuurde Royal Enfields. Door zulk bergachtig gebied, 2000 tot 3000 meter hoog, gaat het moeizaam. Wegen zijn er vaak niet eens. De drie schetsen beelden van bergpassen en rivierbeddingen. ,,Je haalt vaak maar 100 kilometer per dag’’, zegt Bruin. ,,En daar ben je acht, negen uur voor aan het rijden.’’ Regelmatig is er dan ook panne. ,,Gelukkig hebben we drie technische jongens erbij’’, zegt Hageman. ,,We hebben wel eens een gebroken frame gehad. We hebben het bij elkaar gebonden met spanbanden’’, legt Bruin uit. ,,Dan rijd je naar een dorp waar ze kunnen lassen en je zet de boel weer in elkaar.’’ Hij wijst op zijn Royal Enfield. ,,Eén zekering, één brandstoffilter. Geen computer, dus dat kan ook niet stuk.’’

De volgende benefietactie van de Highlow Rangers is een rally door Noord-Holland. Op zaterdag 15 augustus verzamelen zich om één uur maximaal 150 motorrijders voor de rit. Ze betalen 20 euro per persoon en daarvoor krijgen ze een shirt, koffie en ’een mystery guest die iedere motorrijder kan waarderen’. De opbrengst gaat uiteraard naar Nepal. Om een uur of vijf komt het gezelschap aan bij Café De Wit in Heiloo. Hun vertrek wordt gadegeslagen door tientallen kinderen met een beperking. Zij worden die middag rondgereden in oude Amerikaanse auto’s.

Meer info op Highlowrangers.nl

Meer nieuws uit Alkmaar

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.