Dubbelganger

Kyrie Stuij

Terwijl ik richting station loop zegt een tegemoetkomende fietser mij enthousiast gedag. Ik groet hem terug. Dat inwoners van Alkmaar elkaar gedag zeggen is immers een mooi cultureel gegeven. Dat was ik niet gewend als Amsterdammer.

Maar dan brengt de man plotseling zijn fiets tot stilstand. (Oh jee. Ken ik deze man? Heb ik hem ooit geïnterviewd? Ja, dat zal het zijn. Snel! Wat is zijn naam?)

’Hoe is het?’, vraagt hij. „Euh, ja goed hoor! Op weg naar huis.” ’Ah, je moet met de trein?’ „Ja, klopt. Amsterdam.” ’Oh ja, dat heb je weleens verteld’, zegt hij, leunend over zijn fietsstuur.

Deze meneer blijkt mij toch echt te kennen. Ik besluit het maar gewoon te vragen.

„Sorry, ik ben even helemaal je naam kwijt...” ’Hans’, zegt-ie. „Aááh, ja! Hans.” (Shit. Hans? Wie is Hans?) ’Euh, en jouw naam was...’

„Kyrie. Ik heb jou toch een keer geïnterviewd?”

De man fronst. ’Geïnterviewd? Huh? Nee, niet dat ik weet. Jij werkt toch in dat café?’

Dan kijken we elkaar vijf seconden met bevroren lach aan. Wetende dat we er allebei toch écht niet omheen kunnen. Hans kijkt even om zich heen en schraapt zijn keel.

’Ah. Wij kennen elkaar dus helemaal niet’.

In ieder geval wensten we elkaar een goedemiddag. Da’s wel zo Alkmaars.

Meer nieuws uit Alkmaar

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.