Onzekerheid als Britse troef

Joost van Mierlo en Ronald van Gessel

Theresa May, waarschijnlijk de volgende Britse premier, kondigt aan ’verdomd lastig’ te zullen zijn in de onderhandelingen met de Europese Unie over het opzeggen van het Britse lidmaatschap. Daarmee leggen de Britten meteen hun grootste troefkaart op tafel, de rest van de EU in onzekerheid laten over het verloop van de Brexit. Maar de Unie kan op haar beurt ook knap vervelend worden voor de Britten.

rexit is Brexit, zei May. Dat klinkt aardig, maar daarmee verhult ze dat de Brexit er in 1001 vormen kan komen. Brussel heeft de interne markt in de aanbieding, Londen kan schermen met haar netto-bijdrage van negen miljard pond (bijna elf miljard euro). Hoe minder toegang tot de interne markt er komt, hoe lager de Britse bijdrage zal zijn.

Bitterheid

De Britten weten nog niet wat ze precies willen. De regering heeft een ambtelijke commissie samengesteld. Daar komen niet alleen ambtenaren in te zitten. De regering probeert allerlei specialisten daarbij te betrekken binnen te halen van adviesbureaus als McKinsey en KPMG. Alleen , alle grote Britse bedrijven hengelen naar dezelfde experts. Wat hun prijs opdrijft.

Tegen de tijd dat de Britten weten wat voor Brexit ze willen, is er nog een kans dat er een tweede referendum komt. Volgens veel EU-voorstanders wisten de Brexit-stemmers niet waarvoor ze stemden. De roep om dat tweede referendum komt vooral uit bitterheid, maar als de economische situatie verder verslechtert, is het niet onmogelijk dat deze ook komt.

De Britse pogingen om ’artikel 50’ te vertragen zorgen voor behoorlijk wat Brusselse irritatie. Niet ten onrechte. De EU blijft erdoor in onzekerheid en dat is schadelijk voor de economie van het hele blok.

Verzwakt

May weet ook dat als ze artikel 50 eenmaal inroept, ze meteen haar onderhandelingspositie verzwakt. Want dan heeft ze twee jaar om een resultaat uit te onderhandelen. Naarmate de tijd dan verstrijkt, kan de EU achterover gaan zitten. De Britten komen dan voor de keus te staan geen enkele handelsovereenkomst te hebben met de EU (wat economisch dodelijk zou zijn) of dan maar genoegen te nemen met een voor hen heel ongunstig nieuw akkoord.

Maar de zaak blijven vertragen is ook een doodlopende weg voor de Britten. De EU heeft namelijk nog wel een paar venijnigheidjes in petto als het uiteindelijk hard tegen hard gaat. Met gekwalificeerde meerderheid kunnen wetten worden aangenomen die slecht uitpakken voor het Verenigd Koninkrijk, dat economisch toch al zwaar heeft te lijden van de Brexit-beslissing.

Vleugellam

De EU zou de Britse banken bijvoorbeeld het recht kunnen ontnemen effectentransacties in euro’s af te handelen. Dat zou de Londense City in één klap vleugellam maken. Of de voorwaarden voor steun aan de boeren kunnen worden veranderd, zodat Britse boeren geen subsidies meer krijgen.

Voorlopig is de sfeer nog redelijk hoffelijk. Zo gaat dat vaak bij een scheidingsproces. Op een gegeven moment komen de messen meestal toch op tafel. Dan zal niet alleen May laten zien dat ze erg lastig is, maar zal Juncker, of de Duitse bondskanselier Merkel op de achtergrond dat ongetwijfeld ook doen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.