’Alkmaar heeft geleerd van Heerhugowaard’

1/2
Alkmaar

Ze stappen na afloop gebroederlijk in een knus energiezuinig autootje van de gemeente Heerhugowaard. „Zal ik je even thuis afzetten, Piet?” „Nou graag, Han.” Het is een allerliefste afsluiting van een avond waarin de burgemeesters van Alkmaar en Heerhugowaard vooral niet hun ’verschillen willen accentueren’.

Piet Bruinooge en Han ter Heegde hebben vooraf even telefonisch overlegd, zegt Bruinooge. „Hadden jullie dat niet verwacht dan?”

Beide mannen schuiven aan voor het interview, bewust van de Ajax-Feijenoordsfeer die er tussen hun gemeenten hangt. In de publieke opinie althans. Ter Heegde zal later zeggen dat het telefoontje hooguit een paar minuten heeft geduurd en dat ze daarin alleen hebben afgesproken niet over het ziekenhuis te praten.

Steun

Toen dat ziekenhuis in 2011 aankondigde naar Heerhugowaard te willen verhuizen, viel het college van Alkmaar. „Een moeilijke tijd”, zegt Bruinooge.

„Ik heb toen in dubio gestaan”, zegt Ter Heegde. „Of ik je zou bellen als blijk van steun. Ik heb het toch niet gedaan. Met dat ziekenhuis sta je er dan zo dubbel in.”

- Delen jullie privé iets?

Bruinooge: „Toen je vrouw ziek werd en overleed, hebben we contact gehad.”

„Ja”, beaamt Ter Heegde. „Piets vrouw is actief in het Praethuys (dat zich inzet voor iedereen die met kanker te maken heeft; red.). Daar heb ik toen veel steun aan gehad.”

Bruinooge: „Ook religie delen we. We leggen wel andere accenten, maar daar maakt de ’grote baas’ hier boven zich niet erg druk over. Het maakt dat je elkaar op de een of andere manier begrijpt als dingen heel dichtbij komen, dat je daar niet veel woorden voor hoeft te gebruiken. Je hebt een soort gezamenlijke basis waarop je terug kunt vallen.”

- Vragen jullie elkaar wel eens advies?

Ter Heegde: „Ja, het burgemeesterschap is soms een eenzame functie. Je moet je plaats weten, zal ik maar zeggen. En wij burgemeesters begrijpen dat van elkaar, en dan vraag je de ander wel eens om advies of wissel je ervaringen uit.”

Bruinooge: „Maar hoe je het ook wendt of keert: wij zijn 24 uur per dag in functie. Altijd, in alles wat we doen. Dat hoort bij de functie. Maar als je vraagt hoe we met elkaar omgaan, dat is altijd goed. We kennen elkaar goed en het blijft tegelijkertijd ook oppervlakkig. We zitten elkaar wel eens te plagen en soms treden we gezamenlijk op en zijn we soulmates. Het is en blijft functioneel, maar het gaat wel een slag dieper dan dat.”

- Hoe is het met de animositeit tussen Alkmaar en Heerhugowaard?

Ter Heegde: „Hoezo animositeit, welke?”

Bruinooge: „Die animositeit is de afgelopen jaren een stuk minder geworden. Zeker op bestuurlijk niveau.”

- Hoe kijkt Bruinooge naar Heerhugowaard?

De Alkmaarse burgemeester zegt altijd ’met jaloezie’ te hebben gekeken naar Heerhugowaard. „Jullie hebben de zaken daar zo goed voor elkaar. De mensen zeggen ook dat in Heerhugowaard alles veel makkelijker te regelen is. ’U, burger of bedrijf, bent de klant en wij gaan kijken naar een oplossing’, is het credo. Daar hebben we van geleerd. Die manier van doen hebben we voor een deel afgekeken en bij ons toegepast. In Alkmaar is het veel te lang de overheid geweest die wist wat goed was voor iedereen. Wij keken in Alkmaar te lang naar wat er niet kon en dat is gelukkig voorbij. De volgende stap zou nu moeten zijn dan we een gezamenlijke aanpak hebben. Hoe kunnen we bijvoorbeeld gezamenlijk bedrijven verleiden zich in deze regio te vestigen. En dan zouden we naar elkaars bedrijventerreinen kunnen verwijzen. Op dat vlak is er nu coördinatie in beleid. Op een aantal onderdelen hebben we verschillen, maar in regionaal verband werken we wel degelijk samen. Dat is de afgelopen paar jaar ingezet. We worden er namelijk als regio niet sterker van als we elkaar vliegen afvangen. We moeten niet meer de accenten leggen op onze verschillen, we moeten gebruik maken van elkaars aantrekkelijke kanten en daarin samen optrekken.”

Het F-woord

Maar als dan het F-woord valt -fusie-, dan leunen de mannen achterover en komt er enige verwijdering aan tafel. Bruinooge houdt vast aan zijn ’stip op de horizon’ waarmee hij op 31 december 2011 in een interview met deze krant veel opschudding veroorzaakte: Alkmaar moest en moet nog steeds de vijfde gemeente van Nederland worden, om een vuist te kunnen maken. Doorgroeien tot ruim 250.000 inwoners door de stad en omliggende gemeenten samen te voegen: ’Groot-Alkmaar’.

Veel te groot, vindt Ter Heegde. „Gemeenten met ver boven de 100.000 inwoners hebben een probleem. Het gemeentebestuur staat heel ver weg van de burgers. De effectiviteit neemt af.”

Als er al aan een fusie gedacht wordt, dan moet dat volgens Ter Heegde ’een organische ontwikkeling zijn’. „Niet omdat de burgemeester het nodig vindt, maar het gevoel moet ook bij de burgers en gemeenteraden leven. Zoiets moet je niet forceren, het moet ontstaan. Ik ben niet van de bestuurlijke blauwdrukken.”

Verderop in het gesprek komt Bruinooge er op terug. „Oké. Je moet een fusie misschien niet van boven opleggen. Maar je moet af en toe wel even je nek uitsteken, anders gebeurt er niks. Ieder jaar daalt het aantal gemeenten in Nederland, en dat gaat echt organisch. In ben ervan overtuigd dat je betrokkenheid en saamhorigheid in een regio in groter verband kunt organiseren. Dat blijkt nu ook uit de fusie met Schermer en Graft-De Rijp. Die was ingrijpend, maar is gewoon goed verlopen en het gevoel daarover bij de bevolking is positief, afgaande op wat ik hoor.”

Waar Bruinooge voor de toekomst een eenheid ziet, is er volgens Ter Heegde alleen sprake van een netwerk. Gemeenten met hun eigen kenmerken, voorzieningen en specialiteiten. Die wisselende pluspunten moet je ’in hun kracht zetten’, zegt hij. En hij vindt dat wel goed zo. „We hebben hier een netwerkregio van drie grootheden: de BUCH-gemeenten (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo), Alkmaar, en Heerhugowaard en Langedijk.”

Als voorbeeld wijst hij op het voormalige stadsgewest Haaglanden (’Daar kom ik vandaan’) nu onderdeel van de ’Metropoolregio’ Rotterdam-Den Haag. „Ook dat is een netwerk en dat werkt uitstekend.”

Anders

„Dat is wel even heel wat anders zeg”, werpt Bruinooge met lichte verontwaardiging tegen. „Daar zitten heel grote gemeenten bij. Dat is een totaal andere schaal. Die kun je niet vergelijken.”

„Het Dordtse model dan?”, oppert Ter Heegde, waarmee hij de regionale samenwerking rond Dordrecht bedoelt. Die is opgezet door oud-burgemeester Bandell van Alkmaar toen hij eerste burger in Dordrecht was geworden. Het is een samenwerking waarbij de aangesloten gemeenten zelfstandig blijven, maar samen besluiten nemen in een raad boven de gemeenteraden.

Bruinooge vindt het maar niks. „Dat werkt niet met zo’n extra bestuurslaag”, bromt hij. „Nee, je moet massa maken. Als alles om je heen groter wordt en je groeit zelf niet, dan word je kleiner.”

Dat massa nuttig kan zijn, ziet Ter Heegde ook in. „Dat zag je maar weer met de rechtbank en ook met het behoud van de gevangenissen in Heerhugowaard. Dan staat ineens heel Noord-Holland Noord er met zijn 650.000 inwoners. Dan maak je indruk in Den Haag en bereik je wat. De regio Alkmaar alleen is dan te klein.”

Bruinooge: „De laatste jaren hebben we alleen onze verschillen geaccentueerd. Maar bij m’n laatste sollicitatie heb ik gezegd: ’Ik ga voor de regio’.”

Stekker

Ter Heegde: „We hadden ooit een regioverband, de HAL (Heerhugowaard, Alkmaar Langedijk, red.) en wij waren ontzet toen Alkmaar daar de stekker uit trok. Die HAL was dan wel vanuit huisvestingsbeleid opgezet, maar wij wilden hem gebruiken voor het opbouwen van regionale samenwerking. Pas nu zijn we weer op het niveau van toen.”

Bruinooge legt een kaart op tafel. Het economisch hart van de Noordvleugel staat er op: de driehoek Amsterdam, Utrecht, Almere met een paar tentakels de provincies in. De noordelijke tentakel loopt langs de spoorlijn Amsterdam-Heerhugowaard.

De regio Alkmaar, zo vinden beide burgemeesters, moet met de Noordkop alles op alles zetten om bij die grote economische zone meegerekend te worden. „In Europa is die regio de vijfde of zesde in economische kracht.”

„Kijk”, zegt Bruinooge. Hij tekent twee cirkels die elkaar een heel klein beetje overlappen. „Dit zijn Alkmaar en Heerhugowaard. Jullie denken dat we er zo voor staan. Maar de werkelijkheid is dit.”

Weer twee cirkels, maar dan voor twee derde overlappend. „Zo staan we er écht voor.”

Meer nieuws uit Alkmaar

Lees hier de digitale editie



Volg ons