Margriet en Mohamad - ’Het voelt als familie’

Margriet en Mohamad - ’Het voelt als familie’
Mohamad Alan en Margriet de Vries. Mohamad: ,,Ze is een beetje mijn moeder geworden.’’
Zaandam

Onzichtbaar voor de meeste Zaankanters zijn honderden vluchtelingen hier op zoek naar een nieuw leven. Sommige gelukkigen krijgen daarbij hulp van een Nederlandse buddy. Hoe belangrijk dat is, vertellen Mohamad Allan en Margriet de Vries.

Mohamad Allan (19) woont nog geen twee jaar hier, spreekt vrijwel perfect Nederlands en staat op het punt een studie te beginnen. Zonder Margriet de Vries uit Zaandam was hij nooit al zo ver geweest.

Toen ze elkaar leerden kennen, woonde Mohamad net een maand in de vluchtelingenopvang in de Achtersluispolder, gevlucht uit Syrië samen met zijn vader en zijn zus. ,,Ik zat daar maar niks te doen op die boot en ik hoorde alleen maar depressieve verhalen om me heen. Ik wilde zo snel mogelijk iets anders’’, vertelt hij. ,,Ik ging dus met een vriend door Zaandam lopen, ik wilde zien hoe de Nederlanders leven. Ik ging Nederlands te leren via YouTube. En toen hoorde ik over de taallessen voor vluchtelingen in de Noorderkerk.’’

,,Jij was helemaal vanaf de boot aan komen lopen’’, herinnert Margriet zich. ,,En jij gaf mij mijn eerste les. Ik weet het nog goed’’, zegt Mohamad.

Droom

Langzamerhand groeide het contact, via de lessen en via Facebook, en Mohamad vertelde aan Margriet wat zijn grote wens was: ,,Mijn droom is om hier snel een nieuw leven opbouwen. Ik ben 19 jaar oud, dit is mijn nieuwe land. Ik wil niet meer horen bij de vluchtelingen, bij de oorlog.’’

Voor het gewone traject - eerst maanden, misschien wel een jaar wachten op een verblijfsvergunning en ondertussen duimen draaien - was hij veel te ongeduldig. Via Google vond hij zijn eigen weg: de Hogeschool van Amsterdam bleek interessante ICT-opleidingen te hebben én een schakeljaar om Nederlands te leren. Hij ging naar Amsterdam voor een intakegesprek en werd aangenomen.

Studielening

Maar als Margriet er niet was geweest, was het toen spaak gelopen. Het zou misschien nog wel een jaar duren voor hij zijn verblijfsvergunning had. Hoe kon hij dan een studielening aanvragen? Mohamad: ,,De HvA mailde me dat ik binnen twee dagen achthonderd euro moest overmaken. Ik had op dat moment tien euro!’’

Margriet greep de telefoon. ,,Ik ben erachteraan gegaan bij het UAF, het studiefonds voor vluchtelingen. En bij de Hogeschool van Amsterdam. Ik heb me honderd keer suf gebeld.’’ Maar het lukte: Mohamad werd als student geaccepteerd. ,,Het stomme is: als jij belde, kwam je er niet doorheen. Als ik belde, luisterden ze wel naar me.’’

Nu nog een reiskostenvergoeding. Ook dat bleek een gedoe. In het AZC in Almere, waar Mohamad en zijn familie inmiddels naar waren overgeplaatst, werkte men eerder tegen dan mee. Mohamad: ,,Ik ging elke week naar mijn casemanager, maar hij legde het me niet goed uit en ik kwam niets verder.’’ Weer sprong Margriet bij en schoot een paar maanden reiskosten voor, totdat het UAF-studiefonds dat overnam.

Eind goed al goed: Mohamad kon in juli beginnen.

In zijn kamer in de woning van de familie De Vries zat hij elke dag te blokken. Want daar was hij inmiddels letterlijk kind aan huis: Margriet, haar man en haar kinderen hadden hem uitgenodigd bij hen te komen logeren. Immers, vanuit het AZC in Almere zou het lastig zijn in Amsterdam te studeren.

Gezellig

Margriet: ,,Ik zei, dan kan je beter bij ons komen.’’

Mohamad: ,,Ik vond het heel gezellig. Na drie dagen was ik gewend aan de sfeer.’’

Margriet: ,,In het begin merkte ik wel dat het tijdens het eten veel te snel voor je ging met de taal. Maar ik kan me niet herinneren dat je verrast was door iets.’’

Mohamad: ,,Ik vond het gewoon.’’

Margriet: ,,Wij zijn familie toch?’’

Mohamad: ,,Tuurlijk!’’

Mohamad: ,,Ik zat veel achter de computer. Net als vroeger thuis in Damascus.’’

Margriet: ,,Ja, je zat veel op je kamer te werken, je bent heel gedisciplineerd.’’

Margriet: ,,Mohamad is hier ook een weekeinde alleen geweest, toen wij weg waren.’’

Mohamad: ,,En toen jullie terug kwamen was er niets kapot, toch?’’

Margriet: ,,Haha, nee hoor!’’

Sinds eind vorig jaar woont Mohamad met zijn vader en zijn zus in een woning in Krommenie. Zijn moeder, die nog in Syrië was achtergebleven, woont daar sinds april ook. Margriet: ,,Ik mocht mee, haar ophalen op Schiphol.’’ Mohamad: ,,Het klikte meteen tussen ze.’’

Inmiddels heeft Mohamad zijn schakeljaar af en kan hij beginnen. Het wordt of Communicatie en Multimedia Design of ICT Network & System Engineering. Hij twijfelt nog wat het gaat worden.

Iedere twee weken komt hij nog een nachtje bij Margriet en haar gezin logeren.

Margriet: ,,Hij voelt als familie.’’

Mohamad: ,,Ik vind het heel gezellig met Margriet. Na anderhalf jaar is ze een beetje mijn moeder geworden.’’

Hij herstelt zich. ,,Nee. Zonder ‘een beetje’.’’

Margriet heeft ook met een paar andere vluchtelingen contact. ,,Wat ik vaak merk is dat als ik ergens achteraan ga, bijvoorbeeld voor een taalcursus of opleiding, zaken vaak sneller opgepakt worden dan als ze het zelf doen.’’ Ook helpt ze geregeld met brieven. ,,Veel correspondentie gaat in het Nederlands, terwijl ze nog de taal moeten leren. Onlangs vielen bijvoorbeeld de brieven over de waterschapsbelasting op de mat. Toen kreeg ik veel berichtjes met een verzoek om uitleg.’’

Tandarts

Soms regelt ze ook hele praktische zaken, als het vinden van een tandarts en het maken van een afspraak. Of helpen verhuizen. ,,Het gaat allemaal net even makkelijker en sneller als je iemand hebt die je helpt.’’

Meer nieuws uit Zaanstreek

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons