Dijken, dijken, dijken en poep

Sinds 1 februari heeft Noord-Holland een nieuw wandelpad: het Noord-Hollandpad, dat in negen etappes voert van Den Oever bij de Afsluitdijk naar Huizen aan het Gooimeer. Redacteur Sjaak Smakman liep de 200 kilometer lange route en doet daar verslag van.

De koffie is net als Den Oever op deze zoveelste tot mislukken gedoemde zomerdag: koud, nat en troosteloos. Als startplaats voor het Noord-Hollandpad ligt het dorpje aan de voet van de Afsluitdijk misschien voor de hand. Maar als het door de route verplichte rondje-om-de-kerk erop zit, is het niet alleen vanwege de lengte van de etappe dat je Den Oever voor gezien houdt. Dit dorp is niet veel en zal dat ook nooit worden.

De eerste etappe is met 28 kilometer ook meteen de langste. Op papier dan, want de opgegeven afstanden van de negen etappes kloppen lang niet altijd.

Het traject Den Oever-Kolhorn is er een van dijken, dijken, dijken, kanalen, grasland en poep. Dat laatste valt het eerste stuk naar De Haukes nog wel mee, maar als we bij de jachthaven de dijk rond het Amstelmeer opdraaien, is het glibberen. Dat wordt uiteraard flink verergerd door de urenlange regen eerder op de ochtend, maar ook op een droge dag kan het hier niet lekker lopen zijn. De grazende kuddes rotganzen - die we langs het hele 200 kilometer lange pad met grote regelmaat zullen tegenkomen - produceren uitwerpselen waar je u tegen zegt. Een kleine hond moet zijn best doen om die te evenaren.

De ganzen op de dijk worden op ongeveer de helft afgelost door schapen. Fraaie beesten, dat wel. Met lange staarten, lange oren en heuse horens. Hun uitwerpselen doen in omvang en hoeveelheid echter niet onder voor die van hun gevederde vrienden. De verleiding is groot om het uitzicht op het meer te laten voor wat het is en de dijk af te dalen naar de smalle asfaltweg die er beneden langs loopt. De keuze tussen auto’s op de Amstelmeerweg – al zijn het er niet veel – en voortmodderen tussen de poep valt uiteindelijk toch uit in het voordeel van het laatste. Je wilt toch niet al meteen bij de eerste etappe spelbreker zijn.

Bij de Ulkersluis breekt zowaar de zon door. De schoenzolen worden stevig maar met enig beleid tegen elkaar geslagen om de ergste poep er af te krijgen.

De weg gaat verder over weer een dijk. Deze keer is het blik-op-oneindig, want het Waardkanaal is lang, erg lang. Voor wie van kaarsrechte grasdijken houdt met aan zijn linkerhand een kanaal en aan zijn rechterhand akkers en weilanden, moet dit een verrukking zijn. De afwisseling bestaat uit plezierbootjes die over het kanaal varen, mensen die aan de overkant langs de bomenrij hun hond uitlaten of zelfs een stukje paardrijden, en viervoeters in de weilanden en op de dijk.

Maar ja, dit ís nu eenmaal het landschap van de kop van Noord-Holland. En eerlijk is eerlijk: het spel van de zon en de wind met de wolken en de weidse uitzichten hébben ook wel wat. De immer voortrazende Randstad is hier in elk geval héél ver weg. Minstens zo typerend voor het landschap zijn de vele rijen windmolens. Het waait hier bijna altijd – en deze dag zelfs heel flink – en dat is een van de redenen waarom veel boeren hier hebben besloten om het spreekwoord te weerleggen dat je van de wind niet kunt leven.

Jan Korver is een van hen. Samen met zes collega’s heeft hij in 1998 negentien windmolens geplaatst in de Groetpolder bij Kolhorn. Het was een stevige investering. Want een miljoen gulden per stuk, dan denk je toch wel even na. Maar het is lonend gebleken. Maximaal kunnen de molens 600 kilowatt per stuk leveren, waarmee ze gezamenlijk een paar duizend gezinnen van stroom kunnen voorzien.

Toen ze negen jaar geleden de molens plaatsten, profiteerden de zeven boeren van de subsidies die toen (nog) golden. De politieke discussie over handhaven of schrappen van deze subsidies voor duurzame energiebronnen, maakt ze niet veel meer uit. ,,Volgend jaar zijn we toch onder de bank vandaan’’, zegt hij.

En na de tien jaar waarin de molens zijn terugverdiend, kunnen ze nog minstens tien jaar lang stroom leveren. En dan is de wind, zegt hij, toch een aardige aanvulling op de opbrengsten van de aardappelen, bieten, tarwe en het koolzaad dat hij verbouwt.

De molens hebben hem ondanks een leven lang boeren in dit gebied ook weer nieuwe dingen geleerd over de wonderlijke wegen van de wind. Hoewel de molens maar tweehonderd meter uit elkaar staan, gebeurt het vaak dat de ene molen vol vermogen levert en de ander maar 400 kilowatt of minder.

Kolhorn komt in zicht, het eindpunt van de tocht. Ruim duizend inwoners slechts, maar deze ’koude hoek’ – de vertaling van Colhorn - heeft een lange historie. Al rond 1250 was het een soort eilandje aan de rand van de Zuiderzee, aan het eind van de zestiende eeuw gingen er mensen wonen. Eeuwenlang was het een havenplaats, beschermd tegen de zee door de Westfriese dijk. Hoewel inmiddels omringd door niet al te fraaie nieuwbouwwijkjes, herinnert het centrum nog aan de glorie van toen. De Oude Streek en de Nieuwe Streek zijn plaatjes: perfect geconserveerd en weldadige onderdompeling in het nog niet zo heel verre verleden.

Maar het verleden is het heden niet. Anno 2007 is Kolhorn een klein dorpje temidden van een weids landschap. Even buiten Kolhorn ligt camping ’t Kolhornerdiep. Weinig tenten, veel stacaravans. Die laatste zijn vrijwel zonder uitzondering uitgerust met schotelantennes. Maar dat moet ook wel als je je op een plek als deze weekend-in-weekend-uit moet vermaken.

De kampeerders hebben het niet makkelijk. De grond is doorweekt. En het zal nog veel erger worden. Als we ’s avonds het restaurant uit lopen, lijkt het elf uur in plaats van half acht. De lantaarnpalen zijn aangefloept, auto’s hebben het licht aan. Een rolwolk komt dreigend dichterbij. We zijn net op tijd bij onze bed and breakfast. Te zeggen dat het met bakken uit de hemel komt, is een understatement. Dit is een wolkbreuk zoals je die zelden ziet.

De zomer van 2007 heeft wel een ongelooflijke hekel aan kampeerders.

Sjaak Smakman

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.