Hout: net zoveel waard als goud

’Een onnodige hout’

Wilg. Uit Japan

Kardinaalsmuts. Uit Japan

Pieter Baas voor zijn portret dat sinds zijn pensionering in de opslagloods vol hout hangt: ,,Moerasboom is licht en voelt als piepschuim.”

Hout onder de microscoop.

1 / 5
Tekst en foto’s: Leonie Groen

Hout is goud. De bomen groeien tot in de hemel. Tenminste, als het om de winsten in de houthandel gaat. De bomen zelf moeten buigen. Voor illegale houtkap en steeds extremer weer. De Leidse houtanatoom Pieter Baas helpt douaniers die het mes willen zetten in illegale houtkap. En pleit voor meer onderzoek naar het effect van de klimaatverandering.

Hout is sinds mensenheugenis van waarde geweest. Er is volgens de Leidse houtanatoom Pieter Baas altijd al met hout gesleept. „De farao’s zaten op troontjes van Afrikaanse ebbenhout en gingen het graf in, als zij niet werden gemummificeerd, in een kist van cederhout uit Libanon of het Atlasgebergte.” In de Renaissance zijn mensen begonnen met het verzamelen van houtsoorten. Aanvankelijk vooral medicinale. Tegen zware misselijkheid bijvoorbeeld. Later werd alles verzameld. Een hele houtbibliotheek (xylotheek) hebben ze nu in Naturalis in Leiden. ’s Werelds grootste. Baas (72), die is opgegroeid in de Wieringermeer, heeft er tot zijn pensionering gewerkt. Hij is er nog dagelijks te vinden.

130.000 monsters liggen er opgeslagen in herbariumdozen in loodsen in Leiden en Zoeterwoude. De waarde is enorm, want het duurt eeuwen en het kost vele reizen en expedities om zo’n collectie te vergaren. Bovendien is een deel van de bomen en struiken, in de houtbibliotheek te vinden, al verdwenen. De houtbibliotheek is zo groot geworden door het samenvoegen van kleinere collecties van diverse instituten in het hele land. In een van die collecties zaten houtmonsters in boekvorm. Die konden, net als boeken, gemakkelijk bewaard worden in een boekenkast. ’s Werelds tweede grote houtbibliotheek is te vinden in de Amerikaanse stad Madison in Wisconsin. Hier liggen 110.000 houtmonsters.

Hout lijkt zo gewoon. Maar struinend door de loodsen met hun rechthoekige padenplannen vol dozen, met hier en daar een verdwaalde boomstam, een plank met apothekersflessen met stukjes hout, of een houten speelgoedkarretje, wordt duidelijk hoeveel houtsoorten er wel niet zijn. Indrukwekkend veel. Het aantal is net zo overweldigend als de gigantische bladerenkroon van een eeuwenoude eik. Baas zegt dat de helft van de collectie in kaart is gebracht. Dat wil zeggen: onderzocht, gedetermineerd, netjes gelabeld en terug te vinden. De andere helft ligt te wachten op zijn opvolgers en PHD-studenten.

De 72-jarige Baas ontdekte, toen hij zelf nog student-assistent was, wat het belang is van de houten ’kaartenbak’, een kistje met rechthoekige dunne plankjes hout met afbeeldingen van bladeren. De plankjes komen uit Hokkaido in het noorden van Japan en zijn beschilderd door geograaf Mogami Tokunai. De afbeeldingen van bladeren zijn geschilderd op hout van stammen waar zulke bladeren aan groeien. Op de achterkant van een afbeelding van een takje Salix (Wilg) plakt een oud briefje: „Een onnodige hout.”

Sapstromen

De Japanse geograaf overhandigde zijn houten plankjes in 1823 aan z’n vriend Philip Franz von Siebold, een Duitse arts die begin negentiende eeuw naar Japan afreisde om de mogelijkheden tot handel in kaart te brengen in opdracht van de Nederlandse overheid. Het kistje, later gemaakt door een schrijnwerker, stond jarenlang in de assistentenkamer van de afdeling Botanie van de Universiteit Leiden. Niemand wist waar het hout vandaan kwam. Maar daar was Baas. Hij combineerde een zelf gevonden brief met daarin de beschrijving van vijfenveertig houtmonsters beschilderd met bladeren van het schiereiland Hokkaido. „Ik dacht ’dat gaat over die plankjes’.” Nu wordt het kistje goed opgeborgen, als een kostbare schat en alleen getoond op verzoek aan bezoek. Vaak uit Japan.

Baas is zelf ook onder de indruk van al het hout. Maar op een andere manier. Hij heeft bewondering voor bomen. Voor de oplossingen die ’gigantische organismen’ weten te vinden voor mechanische problemen. Daarvan getuigen de ’prachtige houtstructuren’ die alleen zijn te zien onder de microscoop. Ladekasten vol platte rechthoekige glaasjes met dunne plakjes hout (coupes) heeft Baas. Preparaten. Hierin is de microscopische bouw van elke boom te ontwaren. De brede houtvaten, waar doorheen de sappen stromen, liggen bloot.

Kanten kleedje

Aan de samenklontering van de cellen (tot een soort kanten kleedje) valt bij voorbeeld af te lezen op welke breedtegraad en op welke zeehoogte een boom ooit heeft gestaan. Maar ook: hoe de boom zich heeft moeten wapenen tegen schimmels en insecten. Of hij stevig is geweest. Of licht, zoals het grote blok Moerasboom dat niet te tillen lijkt maar wat je op een vinger kunt laten balanceren. Het is heel vreemd hout. Het voelt aan als piepschuim. „Hiervan werden vroeger tropenhelmen gemaakt”, aldus Baas. Elke boom, ieder struikje heeft zo z’n eigen handtekening die zijn identiteit, herkomst en verleden verraadt.

De houtanatoom noemt bomen gevoelige wezens. „Hun adaptief vermogen is groot. Ze passen zich direct aan aan de omstandigheden.” Maar praten met bomen zoals prinses Irene doet? Of een muziekje opzetten om een plant tot bloei te brengen? Daarin gelooft Baas niet. „Het is pure chemie.” Baas heeft tal van studenten, onder wie medewerkers van de douane geleerd hout microscopisch te herkennen. Komen ze er in bij voorbeeld de Rotterdamse haven niet uit, dan halen ze alsnog Baas erbij. De houtanatoom vergelijkt onbekend hout vaak met een gigantische database (Insidewood) of bladert in het dikke plaatjesboek dat zijn Australische vriend Jugo Ilic heeft samengesteld: de ’Csiro Atlas of hardwoods’.

Het is monnikenwerk. Maar Baas doet het graag. Hij vindt dat er veel meer controle moet komen op de invoer van illegaal hout. „De handel in dat illegale hout is als de drugshandel. Compleet met grote maffia’s. En dat terwijl duurzame bosbouw en duurzame houtkap de oplossing zijn om CO2 uit de atmosfeer vast te leggen en de opwarming van het klimaat tegen te gaan.”

Hij vindt dat de Nederlandse overheid de houtimport te weinig serieus neemt en te weinig geld en tijd steekt in de controle op de import van bedreigde boomsoorten. Onlangs voerde Naturalis een onderzoek uit voor het Wereld Natuur Fonds naar de houtsoorten in Nederlandse supermarkten, meubel- en muziekhandel. Van de zestig onderzochte voorwerpen bleken er tien van een andere houtsoort te zijn dan aangegeven.

Geld voor meer onderzoek naar de braakliggende helft van de bibliotheek verwacht Baas niet snel. Het geld dat er is gaat naar het effect van de klimaatverandering op onze kostbare bomen, de longen van onze aarde. Dat onderzoek heeft Baas’ volledige support.

Meer nieuws uit NHD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.