Gulvissers: ’Dit is mijn sport, man!’

Frenk Klein Arfman
Velsen-Noord

’Dirk, rommelt wat met zijn hengel, werpt de dobber in zee…Loert…wachtend op zijn kans. Een handige manoeuvre.. En ja hoor!…Daar komt die kabeljauw…En… Beet! Dirk heeft beet! Ja!’ Zó gaat het dus niet bij viswedstrijden.

Vissen is geen kijksport. Afgelopen zaterdag was er een viswedstrijd op de Noordpier. Een groep gulvissers van het Gullen Meppers Gilde wierp de dobber tussen 16 en 21 uur veelvuldig in het zeewater. Wie van de ruim dertig deelnemers de grootste kabeljauw wist te vangen, won.

Dat zal Dirk waarschijnlijk niet worden. Al heeft hij het desondanks uitstekend naar zijn zin hier in de kou op de vrijwel verlaten pier. Dirk (’Ik ben van 1957’) geniet. „Dit is prachtig, man. Juist gulvissen. Vrijwel alle vis hier is op maat, dus dat hele fanatieke gedoe met allemaal kleine visjes is er niet bij.’’ En het mag dan koud zijn, maar het uitzicht is prachtig, roept de 34-jarige Marco. Dirk: ,,Ja, die gek is hiervoor helemaal uit Friesland komen rijden.’’

Een stukje verderop kijkt een man wat jaloers naar de vis die zijn buurman net ving. „Wat? Alweer! Ik heb nog niks gevangen!’’ Zijn buurman knipoogt: „Kijk, zo zien ze er nou uit.’’ Gooi hem terug, misschien kan ik hem dan ook een keer vangen.’’ Maar de vis verdwijnt veilig aan de andere kant van de pier spartelend weer in het water. De gevangen vis moet namelijk minimaal 35 centimeter lang zijn, de rest moet terug de zee in. Wie straks met kleinere vissen bij de jury aankomt, wordt gediskwalificeerd.

Erdal (48) tuurt somber naar zijn hengel. „Waardeloos. Ik heb amper iets gevangen.’’ Maar hij blijft genieten, ook als hij niets vangt. Met zijn handen diep in zijn zakken weggestoken en bloedserieus: „Dit is mijn sport, man! Het gaat om de sport, niet om de vis. Voor een visje ga ik liever naar de winkel.’’

Naast hem staat Rob Withaar. Die heeft wel wat gevangen. „Het gaat om de ontspanning en het avontuur. Je weet nooit wat je aan de haak slaat. Of mijn huwelijk goed is? Ja, 29 jaar gelukkig getrouwd. En met deze hobby weet mijn vrouw altijd precies waar ik uithang.’’ Wie geen voeling heeft met vissen, zal moeilijk snappen wat deze mannen drijft. Maar, een groep gabbers die zich urenlang bezighoudt met een gezamenlijke passie, en dat doet met veel humor en grote loyaliteit; veel mooier wordt het zelden in het leven.

Wandeling

Het wordt kouder en donkerder. De hoofden van de gulvissers lichten op als ze hun hoofdlampjes aanzetten. Ik zie op tegen de wandeling terug. Bekijk jaloers de fietsjes die veel vissers bij zich hebben.

Eerder ben ik pas na een lange wandeling bij de wedstrijdvissers aangekomen. Een half uur lang bleven ze stipjes in de verte. Die wandeling had veel korter kunnen zijn als de enige auto die passeerde, mijn handgebaar op waarde had geschat. Maar vanuit de doorrijdende auto werd alleen vriendelijk teruggezwaaid. De man die zwaaide was organisator Glenn Soekoe, die nu lampen op de pier neerzet. „Het wordt nu snel pikkedonker. Maar de echte bikkels gaan door.’’

Ik kan terugrijden met een wagen van Sea You die zojuist maaltijden heeft afgeleverd bij de vissers. Wat gulvissers eten? „Kip en spareribs’’, weet Rob Visser, eigenaar van het restaurant. Moet hij niet meedoen met zo´n achternaam? „Nee joh, zo´n slecht huwelijk heb ik niet.’’

Verderop moeten de gulvissers nog staan. In het donker vormen ze zelfs geen stipjes meer. Dit is hun sport!

Meer nieuws uit NHD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.