Italiaanse orgelkunstenaar speelt in Purmerend

Redactie Waterland
Purmerend

Wim Stroman, organist van de Purmerendse Nicolaaskerk aan de Kaasmarkt, organiseert bijna iedere week in de zomermaanden een gratis inloopconcert. Zaterdag is organist Roberto Canali uit Rome naar de marktstad gekomen om daar het Garrelsorgel te bespelen.

,,Hij drinkt elke zondag koffie met de paus’’, kondigt Stroman de musicus aan. ,,Sommige mensen geloven dat, anderen denken dat het een verzinsel is van mij. Wat de waarheid is, laat ik in het midden.’’ Vervolgens moet Canali’s assistent de sleutel van het Bätzorgel halen. ,,De sloten zijn onlangs vervangen en nu is er nog één sleutel die op alle orgels past’’, legt Stroman uit. ,,Maar die moet je dan dus niet in een ander orgel laten zitten.’’ Zo begint de middag ongedwongen.

Klingelen

Uiteindelijk komen dan toch de vingers van de Italiaanse organist in actie, op het kleine Bätzorgel dat in 1777 werd gebouwd als huisorgel. Onder de kundige handen van Canali komt het instrument prachtig tot leven. Hij weet het klanken te ontlokken die doen denken aan het vriendelijk klingelen van klokjes. Zo speelt hij op een open manier een toccata van Michelangelo Rossi en twee sonates van Domenico Scarlatti.

,,Het Witte-orgel is dit jaar precies 150 jaar oud’’, vertelde Stroman in zijn inleiding. ,,Daarom vraag ik iedereen er iets speciaals op te spelen.’’ Canali geeft gehoor aan die oproep. Het eerste van ’Sei versetti per il gloria’ van Vincenzo Antonio Petrali, dat hij op het Witte-orgel tot klinken brengt, is een bijzonder feestelijk lied, dat sommige luisteraars een brede glimlach ontlokt. Het tweede deel is iets ingetogener, maar laat eveneens een blije indruk achter. De ’Prelude en sol mineur’ van Gabriel Pierné daarentegen roept met zijn golvende mineurbewegingen een heel andere, dreigender sfeer op. Evengoed klinkt het prachtig op het jubilerende instrument.

De opbouw van het repertoire dat Canali op het Garrelsorgel ten gehore brengt, is omgekeerd aan dat op het Witte-orgel. ’Preludium in C-dur’ van Georg Böhm is groots en statig, terwijl het daaropvolgende ’Vater unser im Himmelreich’ van Johann Sebastian Bach veel intiemer is. Dat op het grote barokorgel prima romantisch werk kan worden gespeeld, laat de Romeinse orgelkunstenaar horen in stukken van Robert Schumann en Felix Mendelssohn-Bartholdy. Zo sluit hij af met een reeks zware dissonanten, die uiteindelijk oplossen in een daverend consonant slotakkoord.

Meer nieuws uit NHD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.