Zwijgen is schadelijk | column

Haroon Ali

De 14-jarige Frédérique liep langs een speeltuin in Amstelveen, toen twee jongens op haar afstapten. „Ben je een jongen of een meisje?”, vroegen ze. Veel lhbti’ers weten hoe intimiderend zo’n confrontatie kan zijn. Frédérique identificeert zich als meisje (zei haar vader later), maar antwoordde: „Dat maakt toch niet uit?” Toen de vraag daarna nogmaals werd geschreeuwd, zei Frédérique: „Ik ben wie ik ben en jij mag zijn wie je wil zijn.” De jongens sloegen er daarna op los. Ze verloor meerdere tanden, heeft een gebroken neus en een kaakfractuur.

Die dappere maar bijna fatale uitspraak van Frédérique werd deze week veel gedeeld. Maar waarom halen voorbijgangers het überhaupt in hun hoofd om zich te bemoeien met iemands seksualiteit of genderidentiteit? De vader van Frédérique zegt geen boosheid te voelen jegens de dader. „Ik heb er alleen maar vraagtekens bij.” Maar als we willen dat deze straatterreur ophoudt, dan moeten we die vraagtekens wegnemen. Wie zijn de daders en wat drijft hen tot deze waanzin? Eén vraag wordt daarbij stelselmatig vermeden: spelen de culturele en religieuze achtergrond van daders een rol?

De politie heeft inmiddels één verdachte opgepakt, maar zoekt nog naar een aantal jongens in de leeftijd 11 tot en met 15 jaar. In het signalement wordt wel de kleding beschreven, maar niet hun uiterlijk of afkomst. De politie zegt nog te wachten op de camerabeelden, voordat ze andere kenmerken deelt. Ik snap die terughoudendheid, maar op Twitter wordt direct geroepen dat de daders een Marokkaanse afkomst hebben. Het is schokkend om te zien hoe #Marokkanen bijna dagelijks trending topic is en hoe smerig en dehumaniserend er over hen wordt gesproken.

Anderen zwijgen daarom over het profiel van daders, uit angst om de haat van (extreem)rechts te voeden. Maar wegkijken is juist schadelijk voor lhbti’ers. Daarom is het pijnlijk dat twee weken terug het Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+ kwam bovendrijven, terwijl er 1 februari 2021 op het omslag staat. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van GroenLinks-wethouder Rutger Groot Wassink van Amsterdam (portefeuille Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid). Maar het rapport werd pas tijdens het zomerreces met de gemeenteraad gedeeld – en niemand kan uitleggen waarom.

Ik kan echter wel een reden bedenken. „Door de respondenten van dit onderzoek worden de daders vaak aangeduid als Amsterdammers met een niet-Nederlandse achtergrond”, staat er in het rapport. Hoewel er ’maar’ vijftien slachtoffers zijn geïnterviewd en de steekproef dus niet representatief is, stellen de onderzoekers dat er onder daders wel overkomsten zijn op het gebied van ’culturele en geloofsachtergrond, leeftijd en geslacht, en groepssamenstelling’. Er wordt gespeculeerd dat daders zich enerzijds schamen voor alles wat afwijkt van de norm, maar er stiekem ook interesse in hebben.

Zolang dit onderzoek geen vervolg krijgt, of het wordt weggemoffeld omdat de uitkomst politiek gevoelig ligt, verandert er niks. Ondertussen blijven lhbti’ers – van rechts tot links – vertellen over hun aanvaringen met moslimjongens. Veiligheid moet dus niet alleen een conservatief speerpunt zijn. Door daders, hun motieven én hun achtergrond beter te begrijpen, kun je juist tegengaan dat hele bevolkingsgroepen over één kam worden geschoren. Maar de gemeente Amsterdam beplakt liever twee bussen en een tram met de regenboogvlag, vanwege Pride. Probleem opgelost.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.