Sneltest: ’Nee, niet in mijn andere neusgat’ | column

Enkele sneltesten en de inhoud van een doosje.
© archieffoto
Beverwijk

Voor me op de keukentafel liggen de spullen die ik net uit de verpakking van de sneltest heb gehaald. Naast me zit een onwillige brugpuber een beetje mokkend op zijn stoel.

Hij is wat verkouden. Waarschijnlijk de pollen maar van de overheid moet hij twee keer in de week getest worden. Tegenover ons heeft zijn vader breed grijnzend met zijn zusje plaatsgenomen.

Ik lees de gebruiksaanwijzing: vijf rondjes maken, zes keer roeren en vier keer druppelen. De spreuk ’Hokus Pokus’ ontbreekt helaas. ,,O jeetje’’, zeg ik hardop. ,,Dat valt niet mee.’’ ,,Nou’’, hoor ik verschrikt naast me, ,,dat had ik niet willen weten.’’

Ik haal een lange wattenstaaf uit de verpakking. Die moest straks drie centimeter zijn neusgat in. Aan de overkant wordt de sketch van Najib Amhali erbij gehaald over een soatest en een wattenstaaf die ook ergens naar binnenging. Geen fijne belevenis. Vervolgens liet de assistent van de dokter de wattenstaaf vallen. ,,Als jij dat maar niet doet’’, zegt het slachtoffer naast me.

Ik vraag hem of hij nog voorkeur heeft. Ik hoop dat zijn vader mag. Maar die blijft lekker zitten. Ik mag het doen van mijn zoon. Ik stop de wattenstaaf diep zijn neus in. Te diep? Volgens mij niet, maar hij krijgt tranen in zijn ogen en als ik de staaf er na vijf keer draaien uithaal, hoor ik een hoop gekreun. Aan de overkant zie ik ook tranen. Van het lachen.

De schrik is groot als blijkt dat dezelfde wattenstaaf in het andere neusgat moet. ,,Nee, echt niet’’, roept ie, maar het moet. Ik doe ’m iets minder diep. Als ik het mengsel in de test druppel, is zoonlief nergens meer te bekennen.

,,Weet jij waar ie is?’’, vraag ik aan zijn zusje. Hij blijkt op zolder te zitten. Aan zijn huiswerk. Hij komt niet meer naar beneden. De uitslag, gelukkig negatief, wil hij niet eens weten. En dit moet twee keer in de week.

Meer nieuws uit IJmond

Meest gelezen