Redacteuren Lydia en Roy gaan minder vlees eten.’Vegetarisch, daar deden wij thuis niet aan’ (aflevering 1)

Lydia Jasper, Roy Hazenoot

Vleesvervangers zijn de toekomst, maar welke alternatieven zijn er voor wie wel met vlees wil minderen maar op z’n tijd ook van een biefstukje en gehaktbal houdt? Redacteuren van deze krant, Lydia Jasper en Roy Hazenoot, gaan vanaf volgende week de uitdaging aan om minder vlees te eten. Vandaag stellen zij zich voor. Tips zijn welkom via groen@mediahuis.nl

Vegetarisch. Dat is rauw gras. Of gebakken gras. Of gekookt gras. En voor de leuk kun je er wat paardenbloemen overheen strooien. Pas toen ik zo’n dertig jaar geleden bevriend raakte met twee vegetarische zusters, maakte ik kennis met de vegetarische keuken. Ik at voor het eerst voor mij onbekende dingen zoals quinoa. Gras maakte dus geen onderdeel uit van hun maaltijden.

Vegetarisch, daar deden wij thuis niet aan. De juspan met gehaktballen nam een centrale plek in op de eettafel. Karbonades, kippenpoten en soms een biefstuk. Er gingen stukjes vlees door de nasi en dan kwamen er ook nog drie satéstokjes met saus bij. Als er patat werd gehaald, was het de vraag of er een kroket of een frikandel bij moest. Geen kaassoufflé.

Ik kende toen nagenoeg geen vegetariërs. Die kwamen niet bij ons voor in de buurt of op school. Een vriendin deed op haar zestiende een soort van poging. Ze ging na een week weer vlees eten, omdat het voor haar moeder ’een hoop gedoe’ was om apart te koken.

Als vegetariër werd je toen niet begrepen. Klaar. Zoveel vleesvervangers waren er niet te koop. Zelfs al ben ik daar niet helemaal zeker van. Want ook ik hield me daar niet mee bezig.

Ik snap inmiddels meer van vegetariërs dan dertig jaar geleden. Niet alles, maar meer. Dat er verschillende redenen zijn waarom mensen stoppen met het eten van vlees. Dat daar goede overwegingen tussen zitten. En ook dat er allerlei varianten mogelijk zijn. Dat er pescotariërs zijn die wel vis eten, ovotariërs die eieren nuttigen en lactovegetariërs die zuivel nemen.

In dat rijtje lijkt flexitariër me wel haalbaar. Af en toe een dagje geen vlees. Ik probeer het geregeld, maar als ik in gedachten de dag doorneem, vind ik toch altijd weer een stukje sluipvlees. Dat plakje ham als beleg bijvoorbeeld. Of dat rondje leverworst.

Daarom de uitdaging om minder vlees te eten. Om er deze keer bewust mee om te gaan. De eerste stap is gezet. Bij het bestellen van de wekelijkse maaltijdbox deze keer expres gekozen voor vegetarische gerechten: een noedelsoep, kikkererwtensalade en groentelasagne.

Lydia Jasper

Van T-rex naar flexitariër

Lange tijd bivakkeerden wij op vijftig vierkante meter, tot mijn vriendin en ik twee jaar terug een echt ’grotemensenhuis’ kochten. Een heugelijk moment. De woningmarkt was ook toen geen feestje, maar wij hadden het geluk een huis met tuin in ons geboortedorp te kunnen bemachtigen. Voordat we de grote aankoop konden doen, moesten we kijken wat we in euro’s waard waren. Een financiële check. We hadden onze roaring twenties verlaten en wilden als dertigers wat serieuzer in het leven gaan staan. Naast de grootte van de portemonnee waren we nieuwsgierig naar het oppervlak van onze ecologische voetafdruk. We leefden een modern bestaan met reizen en overvloedig eten, een levensstijl met gevolgen voor de wereld. Hoe groot die waren, moest een ’klimaatcheck’ laten zien.

Het resultaat (vooral die van mij) was schokkend. De gemiddelde wereldburger stoot 3,4 ton CO2 uit, de gemiddelde Nederlander 10 ton en ik ruim 13 ton. De dieselauto (25.000 kilometer per jaar) was in 2019 de grootste vervuiler gevolgd door vliegreizen (tripje Australië) en op de derde plek mijn eetgedrag. Tijd voor verandering, klonk het besluit.

Er kwam een overdadige hoeveelheid zonnepanelen op het dak, de smerige diesel werd ingeruild voor een elektrische auto en bamboe werd mijn favoriete grondstof voor onderkleding als boxershorts, T-shirts en sokken. Vorig jaar zag de klimaatcheck er al heel anders uit: ik stootte nog ’maar’ 8 ton CO2 uit en niet het woon-werkverkeer of vakanties, maar voeding was de grootste vervuiler.

Ik ben klimaatpaus en T-rex ineen - en ik kan die uitersten moeilijk verenigen. Ik ben verslaafd aan vlees. Als ik denk aan eten en ik doe mijn ogen dicht, zie ik biefstuk. Als mijn maag knort en het is nog geen etenstijd, dan denk ik aan een plakje achterham. Als mijn vriendin tijdens een avondje bankhangen een chipje pakt, dan voel ik de onbedwingbare behoefte om gehaktballetjes in ketjapsaus te maken. De schappen in de supermarkt waar ik het langst blijf hangen bevinden zich - u raadt het al - op de vleesafdeling.

Het mag van mij wel een onsje vlees minder zijn, zeker nu gezinsuitbreiding een feit is en ik de hoop heb een flexitariër en geen mini-T-rex op de wereld te hebben gezet.

Roy Hazenoot

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.