Premium

Wie vanuit het zonlicht buiten in die in duisternis gehulde kamer binnenkwam, zag geen hand voor ogen en dan moest de telefooncel met het doodshoofd nog komen

© Archieffoto EPA
Den Helder

Begin jaren vijftig had bijna niemand een telefoonaansluiting thuis. Wie dringend een gesprek moest voeren begaf zich daartoe naar het postkantoor.

Tot de faciliteiten van het postkantoortje op de Zuidstraat behoorde een geluidsdicht, piepklein kamertje zonder raam: de telefooncel. Degene die wilde telefoneren werd via onze duistere, inpandige tussenkamer naar de cel geleid waarna mijn moeder door verbond. De versproken eenheden - tikken - werden daarna aan het loket afgerekend.

Meer nieuws uit Noordkop

Meest gelezen