Broeder W. bevriest en trekt hoog op de preekstoel akelig wit weg | column

Het gaat eventjes niet goed tijdens de kerkdienst. De gastdominee komt niet opdagen. De organist improviseert er op los, het zangduo doet nogmaals een lied maar de dominee is weg en blijft weg. De ouderling van dienst duikt na enige tijd op achter de microfoon - veel mensen volgen de diensten in coronatijd vanuit huis - en legt de situatie uit. Hij vertelt dat er voor dit soort noodgevallen een preek klaar ligt. Hij moet straks aan de bak, een voor hem onbekende preek voorlezen. Hij wordt ’gered’: de voorganger arriveert alsnog.

Het doet mij denken aan broeder W., zeer meelevend gemeentelid in de Gereformeerde Kerk op ons eiland. Ook wij hebben af en toe een gastpredikant. Soms echter vaart de veerpont niet vanwege de mist, soms ook zijn ’s winters de wegen glad. Broeder W. heeft, zo is algemeen bekend, altijd een compleet uitgewerkte dienst in de binnenzak van zijn zondagse jasje. Op een goede zondag lijkt het dan zo ver. Geen dominee, een ouderling heeft broeder W. al gespot en sluipt op kousenvoeten naar diens bank. Er wordt driftig gefluisterd en even later rijst onze broeder op, klaar voor his finest hour. De liturgie, al zondagen lang brandend in zijn binnenzak, heeft hij alvast tevoorschijn gehaald en glimmend maar waardig beklimt hij de preekstoel.

Groot is even later zijn teleurstelling: de gastdominee heeft de kerk toch weten te vinden en betreedt met wapperende jaspanden het kerkgebouw. Broeder W. bevriest en trekt hoog op de preekstoel akelig wit weg. Even later daalt hij af en zoekt zijn vaste plek in de kerk weer op. De man die als verdoofd langs onze bank schrijdt en zijn plaats achter ons weer opzoekt is, schat ik, zeker zo’n 25 centimeter gekrompen.

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen