Door een gebrekkige voorbereiding strandt de helft van de fusies en overnames die West-Europese en Amerikaanse bedrijven willen doen in opkomende markten. Dat stelt het internationale accountants- en belastingadviesbureau PwC in het rapport ‘Getting on the right side of the delta’.
Het doen van fusies en overnames in opkomende markten is voor veel bedrijven een belangrijke manier om groei te realiseren gezien de beperkte mogelijkheden in de eigen (thuis)markten.
In totaal investeerden West-Europese en Amerikaanse bedrijven in 2011 bijna 170 miljard euro in fusies en overnames in opkomende economieën. Dat had meer kunnen zijn, want van de onderzochte voorgenomen deals strandde de helft in de zogenoemde externe ‘due-dilligence’-fase.
Toch verwacht PwC dat het aantal fusies en overnames in opkomende markten komend jaar zal toenemen. Daarbij zijn de BRIC-landen (Brazilië. Rusland, India en China) voor de hand liggende keuzes, maar ook landen als Nigeria, Indonesië en Mexico hebben potentieel interessante overnamekandidaten.
Bedrijven die op overnamepad zijn, moeten weloverwogen keuzes maken, zeker gezien de beperkte financiële middelen in de markt om fusies en overnames te financieren. Oscar Kinders, hoofd van PwC's Transactions Group: „De kans dat je als onderneming een slechte deal aangaat is in een opkomende markt veel groter dan in traditionele markten. Maar het verschil hoeft niet zo groot te zijn als het op dit moment is. Door goed voorbereid een markt te betreden kun je als bedrijf de kans op een slechte deal substantieel verkleinen en de kans vergroten om het maximale uit de transactie te halen.”
