Een duurloop is het niet bepaald. De sportieveling die voor het grote aantal kilometers gaat, kan beter voor een andere wandelroute kiezen. Toch mag voor het oude centrum van Edam met haar monumentale panden zeker twee uur worden uitgetrokken. Stevig doorwandelen is er dus niet bij. Maar cultuurliefhebbers kunnen er hun lol op.
Op de route is genoeg te zien. Alleen bij het beginpunt al, het Damplein. Een paar monumentale hoogtepunten van het Zuiderzeestadje zijn daar te bekijken. In 1357 kreeg Edam stadsrechten en werd er recht gesproken over de eigen burgers. Maar er was ook het recht op een tolvrije haven; de Voorhaven en het Oorgat, die een open verbinding met de Zuiderzee hadden. Edam werd een belangrijke Noord-Hollandse havenstad waar scheepsbouw en handel zich ontwikkelden.
Op de Dam bevind je je in het hart van de stad. In het westen is de laatgotische Speeltoren te zien. In oostelijke richting de Voorhaven die naar het Markermeer loopt. Het Damplein werd in 1585 aangelegd en omsloten door het stadhuis, het oude postkantoor en de botermarkt. In het oude Stadhuis is tegenwoordig de VVV gevestigd. Het is een statig gebouw en valt direct op. In vergelijking met de overige kleinschalige bebouwing lijkt het eigenlijk veel te groot en deftig. Het dateert uit 1737 en is gebouwd in de Lodewijk XIV-stijl, karakteristiek voor die tijd.
Als het oude Stadhuis is bekeken, begint de wandeling pas echt. De steile Dam vraagt direct wat actie van de kuiten. Aan de andere kant van de bult is het Edams museum gehuisvest, in het oudste stenen huis van de Zuiderzeestad. Omstreeks 1530 werd het gebouwd en in 1895 is het in gebruik genomen als museum. Binnen is te zien hoe rijkere mensen in vroeger eeuwen een dergelijk huis bewoonden. De drijvende kelder is het indrukwekkende hoogtepunt. De gemetselde bak drijft op het grondwater en gaf zo mee met het steeds wisselende waterpeil voordat de Damsluis dit stabiliseerde.
Via de Grote Kerkstraat wordt de Kaasmarkt bereikt. Tot 1922 werd daar kaas verhandeld, direct van boer aan handelaar. Kaasdragers voerden de kogelronde Edammer kaasjes op houten berries af en aan. Toen maakte de industrialisatie van de kaashandel een einde aan de markt. In juli en augustus kunnen toeristen iedere woensdagochtend nog steeds hun hart ophalen als het schouwspel in ere wordt hersteld.
Op weg over de Matthijs Tinxgracht, richting de Grote Kerk, is voldoende cultuur op te snuiven. Zie bijvoorbeeld de tuin van het voormalig weeshuis niet over het hoofd en aan de overzijde van de gracht het Proveniershuis waar oudere Edammers voor zestig gulden van hun oude dag konden genieten.
Edammers zijn trots op hun Grote Kerk en als je ervoor staat, snap je waarom. Het immense gebouw bestaat uit een toren en een driebeukig schip. Vermoedelijk is men aan het begin van de vijftiende eeuw begonnen met de bouw. Als de kerk geopend is, is een bezoek aan te raden.
Wandelen over het Nieuwvaartje brengt je opnieuw terug in vroeger tijden. Het huisje met nummer 8 valt op door het houten voorschot met uitgeschulpte windveren.
Aan de overkant van de Eilandsgracht staat, op de hoek van de Achterhaven en de Breestraat, het oudste houten huis van Edam. Het is best bijzonder dat dit pand de vele stadsbranden heeft overleefd. Rond 1530 is het gebouwd. De Breestraat leidt naar de Voorhaven en terug over de Nieuwe Haven. Verschillende gevels, prachtige panden en idyllische bruggetjes vallen op.
Het laatste deel van de stadswandeling loopt via de Schepenmakersdijk en de Wijngaardsgracht terug naar het Damplein. Onderweg wordt de Speeltoren aangedaan. De toren staat een beetje scheef. In 1972 ontstond grote paniek toen hij dreigde om te vallen. Edammers gingen aan de slag en restaureerden het voor Edam zo belangrijke monument. Tegenwoordig staat de toren weer stevig vast op een fundament.
Coen van de Luytgaarden
Begin- en eindpunt: Damplein, Edam
Afstand: Ongeveer 3 kilometer
Horeca: Damhotel
Informatie over Edam: www.vvv-edam.nl
