Verhalen in zee vol scherven

foto’s Holland Media Combinatie
Rechercheur Harrie Sijm geeft uitleg over hoe de inbreker in het Westfries Museum zich onder een lijkbaar had verstopt.
Bekijk Fotoserie

Precies 12 jaar na de trieste ontdekking wordt het verhaal van de kunstroof nog een keer verteld. In het donker, voor een mooi spookachtig en dramatisch effect. Want volgens museumdirecteur Ad Geerdink mag het dan een verhaal zijn dat zich leent voor een spannend boek of een film; de roof van de schilderijen en het zilverwerk uit het museum is en blijft een verschrikkelijke daad die veel emoties teweeg heeft gebracht.

Door Jaap Stiemer en Martin Menger - 11-1-2017, 10:20 (Update 11-1-2017, 10:20)

Het handjevol bezoekers dat het grotendeels duistere museum bezoekt, heeft dat aan zichzelf te danken. Zij hadden bovengemiddeld bijgedragen aan de crowdfundingsactie, die ervoor moest zorgen dat de vorig jaar teruggevonden vijf doeken dit jaar kunnen worden gerestaureerd.

In groepen werden ze door het museum geleid, daarbij stops makend bij steeds weer indrukwekkende verhalen van directbetrokkenen. In de ‘Zilverzaal’, nu weer vol met doeken, wacht Carel de Jong. Destijds conservator van het museum, en de man die graag en vlot allerlei rondleidingen gaf met een cultuurhistorische onderbouwing. Op de vloer lichten allerlei glassplinters op - mooi special effect - als flonkerende getuige van wat die nacht moet zijn gebeurd. ,,Want reken maar dat er hier een zee van glasscherven lag”, begint Carel. ,,Alle vitrines open gebroken. Met al dat bijzondere zilver. Op dat moment ben je in shock.”

Al jarenlang wist De Jong van een speciale zilveren brandewijnschaal, eentje van drie eeuwen oud. Familiebezit, van een inwoner van Wieringermeer. ,,Ik heb er jaren achteraan gezeten, omdat we die schaal juist zo graag in bruikleen in de collectie wilden brengen”, zegt Carel. ,,Als voorbeeld van het zeer speciale gebruikszilver. Dat was me dus eindelijk gelukt. Dan sta je hier tussen de brokstukken en dat weet je: weg.”

Rondleiding

Maar voor de oud-conservator kwam op dat moment nog een ander besef binnen, vertelt hij 12 jaar na dato. ,,Dat hele verhaal, dat je zo’n mooi verdeeld over een paar zalen kon vertellen, dat lag aan gruzelementen. Dat schoot echt door me heen: ze hebben mijn rondleiding gejat.”

En door gaat het, naar beneden en via de centrale hal, naar de eiken entree richting de voorname zaal met schuttersstukken. Waar Ben Olijve staat, en de speciale verlichting een strook spijkertjes laat opbloeien in allerlei kleuren; raar gezicht. ,,Dat was het toen ook”, weet Ben. ,,Hier liep je over een laag spijkertjes heen, omdat de dief hier de schilderijen uit de lijsten heeft gehaald.” De half ingeslikte vloek is na al die jaren nog 24-karaats echt. En dat heeft te maken met de boosheid en de onmacht.

Even een uitstapje naar de spookachtige kelder. De enige die er destijds niet bij was, maar die wel een sleutelrol in het verhaal speelt, is kunstdetective Arthur Brand. Hij doet hier zijn verhaal, pal naast het luik waardoor de kunstdief zijn spullen naar buiten wist te smokkelen.

Dief? Jawel, enkelvoud. Daarvan is rechercheur Harrie Sijm overtuigd. Zijn verhaal over de afgeplakte bewegingsensoren en die ene persoon die zich onder de antieke lijkbaar heeft verstopt, sprak bij de bezoekers zeer tot de verbeelding. Van deze persoon is dna-materiaal gevonden en een vingerafdruk. Waarschijnlijk stonden buiten handlangers klaar om de gestolen spullen verder te vervoeren.

De laatste sporen horen bij het laatste betoog, dat van conservator Cees Bakker van het museum. Een openhartig verhaal, over iemand die indringend meemaakt dat je als museummedewerker eerst slachtoffer bent, maar langzaam bijna in beeld lijkt te komen als dader.

Deining

Want hij had toch alle toegang tot de kennis in het museum? Was hij misschien een handlanger van ’binnenuit’? Nee, de verhoren waren bepaald geen pretje. Natuurlijk ontstaat er veel deining rond de museumroof, omdat er ook vragen komen hoe dat nu heeft kunnen gebeuren.

,,Wij dachten dat we alles zo goed mogelijk hadden beveiligd”, weet Bakker. ,,En dan te bedenken dat er hier ook prachtig kerkzilver uit de 17e eeuw stond. Dat hadden wij gekregen, omdat het in de kerk onveilig zou zijn. Wie weet kwamen daar wel dieven... Dat waren zware telefoontjes om te plegen.” Bakker heeft nog steeds een onwrikbaar vertrouwen dat de rest van de kunstschat ooit terug keert naar Hoorn. ,,Dan wil ik alle bruikleengevers weer persoonlijk kunnen bellen”, mijmert hij.

Er is hoop, zegt kunstdetective Brand vol vertrouwen, hierin gesteund door rechercheur Sijm. Zo dook er van een doek van Jan Linsen, ‘Rebecca en Eliëzer’ uit 1629 een kleurenfoto op, terwijl daarvan in het museum vóór de diefstal slechts een zwartwitopname beschikbaar was. Het gestolen doek ziet er goed uit en is ingelijst. Brand gaat er van uit dat ook dit doek terugkeert naar Hoorn.

De bezoekers van de museumtocht zijn opgetogen. ,,Ik heb wel honderd vragen aan die man’’, zegt een van hen wanneer ze de kelder van het museum verlaat waar Brand zijn verhaal doet. Die glimlacht slechts. In de linkerzak van zijn jas zit een foto, in een papier gevouwen.

Die foto mogen we niet zien.



Reageren

Reageer op dit artikel

Draag bij aan dit artikel
Stuur een tip
Stuur een video
Stuur een afbeelding


Zoek een serieuze relatie in jouw omgeving









Zorgvraag van de week
Ron Loef
Beddenspecialist
Borst Bedden
Thema van de week: snurken en het bed
Lees verder