Zwoegen op de kuil voor monsters

Foto Theo Groot
Dick Schilder en zijn dochter Marit verlengen de buis om een monster te nemen van de kuil van Jaap Bontekoning (r).

SIJBEKARSPEL - De boer maait het gras en kuilt het in. De koe krijgt voer uit die kuil, plus bijvoer, en geeft melk. Tot zover de sterk vereenvoudigde versie van wat gebruikelijk is in veehoudend West-Friesland.

Door Eric Molenaare.molenaar@hollandmediacombinatie.nl - 2-12-2016, 7:00 (Update 16-12-2016, 10:08)

In werkelijkheid krijgt elke koe precies het voer dat zij nodig heeft om de beste melk te kunnen geven. Om uitgebalanceerd voer te kunnen samenstellen moet precies worden bepaald welke voedingsstoffen er al in de kuil zitten, en wat dan nog nodig is als bijvoer. Dat is laboratoriumwerk, en wordt gedaan door bedrijven als Eurofins Agro.

Maar het begint met het simpelweg nemen van monsters uit de kuil. Daar komen mensen als Dick Schilder uit Berkhout om de hoek kijken.

De 56-jarige Schilder is tulpenbroeier, maar daarnaast ook op freelancebasis monsternemer voor Eurofins Agro. Tussen begin juli en half december rijdt hij langs 150 veehouders in West-Friesland. Zo’n 800 keer beklimt hij een kuil – want gek genoeg zijn kuilen doorgaans bulten - om een monster te nemen.

Gistermiddag bezocht Dick Schilder samen met zijn assistente, dochter Marit, veehouder Jaap Bontekoning in Sijbekarspel. Dat was de tweede keer dit jaar. In juli had hij hier al de kuil bemonsterd van de eerste snee (de eerste keer maaien). Daar eten de koeien nu al een tijdje van.

Een kuil moet minimaal vier weken afgesloten zijn van zuurstof om het gras door melkzuurgisting te conserveren. Vandaar dat de monsters niet allemaal vroeg in het seizoen kunnen worden genomen. Nu waren de tweede, derde en vierde kuil aan de beurt, plus de vierkante en ronde balen die Bontekoning daarnaast nog had gemaakt.

Broodtrommel

Met een zware golftas vol roestvrijstalen hulpstukken loopt Schilder naar de plek waar hij wil gaan boren. Zijn ’ijzer 1’ is een holle buis van 1,25 meter lang, die hij loodrecht in de kuil drukt. Lichamelijk zwaar werk, dat is wel te zien. „Ja, ik red het niet met een halfvolle broodtrommel”, lacht Schilder. Hij haalt de buis omhoog en stoot met een pook het gras er uit, in een emmer. Dan steekt hij de buis weer terug en schroeft er een bredere buis omheen. Die dient als houvast voor een hefboom, waarmee hij buis 2, die op de eerste is geschroefd, naar beneden drukt. Dan stuiten ze op de bodem. De kuil is 2.45 meter hoog, legt Schilder vast. Hij haalt de buizen uit de kuil. Opnieuw gaat gras uit de eerste buis in de emmer. Het zo verkregen monster wordt in een zakje met barcode gedaan en alle gegevens worden vastgelegd. Zo gaat het bij alle kuilen: een monster rechtsachter en een linksvoor. Bij de balen neemt hij steekproeven.

Ondertussen heeft Marit de kuilen opgemeten, want de monsters dienen nog een ander doel dan de bepaling welke voedingsstoffen er in zitten. Door vast te leggen hoeveel kubieke meter groot ze zijn kan worden berekend hoe veel kilo fosfaat er in de kuilen zit. „Als je zo veel kilo fosfaat per hectare van het land hebt gehaald, mag je later in de vorm van mest evenveel kilo fosfaat terugbrengen. Niet meer, want dan spoelt het uit in de sloten en het grondwater”, legt Schilder uit. Hij neemt trouwens ook grondmonsters voor Eurofins Agro, zo’n 300 per seizoen, maar dat is een ander hoofdstuk.

Veehouder Jaap Bontekoning kijkt toe hoe Dick en Marit Schilder hun werk doen. De 53-jarige veehouder is de vierde generatie die hier aan de Westerstraat boert. Hij heeft 42 hectare land. In zijn stallen staan 80 koeien, met jongvee komt hij totaal op 140. Hij krijgt binnen afzienbare tijd van het laboratorium een brief vol getallen en grafieken, op basis waarvan hij precies kan bepalen hoe veel van welke voedingsstoffen er bij zou moeten. Hoewel, dat laat hij graag over aan zijn ’voerboer’. „Die heeft er een speciale computer voor.’’

Het mikt nogal nauw, blijkt uit de voorbeelden van Bontekoning. Het eiwitgehalte mag niet te hoog zijn, er moet genoeg structuur in zitten maar niet te veel, en er worden zo nodig vitaminen en mineralen toegevoegd. „Je voert eigenlijk niet de koe, maar de bacteriën de in zijn pens zitten. Als die zich lekker voelen kan de koe voldoende melk produceren.”

ls eenmaal bepaald wat het ideale voer is, dan verschilt het nog hoe veel elke koe krijgt. Daarvoor heeft Jaap Bontekoning een voercomputer, waarin hij dat precies per koe heeft ingesteld. Elke koe heeft een zendertje om haar nek, en afhankelijk daarvan krijgt zij op de voerplek automatisch meer of minder voer. Een koe die veel melk geeft – tot 40 liter per dag – krijg meer porties ( 120 gram). Andere minder.

Bontekonings voorvaderen zouden vreemd opkijken als ze het bedrijf nog eens konden bezoeken...

Dit artikel is onderdeel van de rubriek ’Wat doet de boer’: een tweewekelijkse serie over wat er op dit moment gebeurt op de akkers en in de stallen. Alle voorgaande artikelen zijn terug te lezen in de sectie hoorn-enkhuizen op nhd.nl. Klik op het rode logo in de rechter kolom.



Reageren

Reageer op dit artikel

Draag bij aan dit artikel
Stuur een tip
Stuur een video
Stuur een afbeelding


Zoek een serieuze relatie in jouw omgeving









Zorgvraag van de week
Rob Wouters
Oogarts
Oogcentrum Noordholland
Thema van de week: tranende ogen
Lees verder