Soms word je ondanks je ruime ervaring in de media verrast door de ontwikkelingen als je als krant een niet alledaagse actie onderneemt. Nadat de redactie van de Alkmaarsche Courant vrijdagmorgen een eigen brandbrief aan politici en bestuurders over de verhuizing en dreigende uitzetting van de negenjarige Jossef had gepubliceerd, vergezeld van een hele pagina met artikelen, is er een storm van publiciteit losgebarsten.
Daarin spelen twee zaken de hoofdrol: kan een krant zoiets wel doen, en gelukkig uitgebreider: kan een land een kind zoiets aandoen? We zijn als redactie niet over één nacht ijs gegaan. De afgelopen maanden hebben we met regelmaat geschreven over het lot dat Jossef en zijn moeder Luchia, afkomstig uit Eritrea, bedreigt. Van de negen jaar die Jossef oud is, woont hij er acht in Nederland. Binnen ons land is hij met zijn moeder in die acht jaar acht keer verhuisd. Komende week moeten ze naar het azc in Katwijk, in afwachting van uitzetting. Acties van de school en de directe leefomgeving hebben niets kunnen veranderen, de inzet van de plaatselijke politiek evenmin.
Soms moet je als krant je eigen veiligheid achter je laten, kleur bekennen en een kant kiezen. Wij vinden dit zo'n moment. Natuurlijk, wij horen met afstandelijkheid, betrokkenheid en objectiviteit te berichten over ontwikkelingen in de samenleving, waarbij voor ons als regionale krant onze eigen omgeving de hoofdrol speelt. Je belicht alle kanten en laat voor- en tegenstanders aan het woord, schrijft desnoods een commentaar en hoopt er verder het beste van. Als je dat negenjarige joch op je netvlies hebt, weet je dat je het niet bij hopen mag laten. Dan besluit je de kracht van je krant in te zetten om te bezien of een wending nog mogelijk is.
Geen misverstand, binnen de redactie is niet iedereen ervan overtuigd dat we dit als krant moeten doen. Zo hoort het ook. Je dient je eigen standpunt te scherpen aan elkaars opvattingen. Dat gebeurt op een redactie voortdurend, maar zelden over een zo vérstrekkende stap. Uiteindelijk heeft de hoofdredactie vastgesteld dat we deze keer deze weg opgaan. Een gewoonte wordt het niet, dat kan ik u op voorhand beloven. Onder meer hebben we hiertoe besloten omdat we vonden dat het te stil bleef, dat de plaatselijke politiek zich te formalistisch opstelde en de echte urgentie van het menselijke drama leek te onderschatten.
Waar waren jullie dan bij Mauro, is een vraag die ons ook gesteld werd. Aan Mauro hebben we veel aandacht besteed op de klassieke manier, zoals media dat doen. Maar Mauro woont niet in Alkmaar, Jossef wel en in deze leefgemeenschap spelen we als regionale krant een rol en dat maakt dat we Jossef van meet af aan intensief hebben gevolgd, totdat we besloten dat volgen alleen niet voldoende kon zijn.
Want, over de zaak zelf, het joch Jossef is een volbloed Nederlander zonder het goede briefje. Als je met je negen jaar er acht in ons land hebt doorgebracht, dan adem je Nederland. Wat moet je dan in de woestenij die Eritrea heet, het land waarvan je de taal niet spreekt? Waar bovendien je komst met grote argwaan wordt bekeken en je, met je moeder, mogelijk onmiddellijk gevangen wordt genomen, juist omdat je als vluchteling bent teruggestuurd.
Het heeft er ook mee te maken - en dat is een maatschappelijke stellingname - dat we vinden dat ons land een naam heeft hoog te houden. We zijn een rijk en ontwikkeld land dat waardevolle tradities kent als tolerantie, mededogen, een open oog voor de rest van de wereld en de noden elders. Die lijken in rap tempo te worden ingeruild voor intolerantie, hardvochtigheid, navelstaarderij en een mentaliteit van 'laat de rest het lekker zelf uitzoeken'.
Is dat de richting die de meerderheid in ons land op wil? Dacht het niet. En dus zouden we ook niet in een land moeten willen wonen dat negenjarige jochies met hun moeder op het vliegtuig naar Eritrea zet omdat de regels dat voorschrijven. Sinds wanneer gaan regels vóór mensen en zeker heel jonge mensen? Mensen hebben regels nodig, maar in de toepassing kunnen we onze wijsheid tonen. Het gold voor Mauro en het geldt voor Jossef, hoe verschillend hun zaken ook zijn: wie ze heeft leren kennen, snapt niet dat ze weg moeten, wordt kwaad dat wij als land zouden vinden dat ze weg moeten.
Verslaggeefster Sophie Kuitems schreef vrijdag een bij vlagen ontroerend portret van Jossef in de Alkmaarsche Courant. Over een gewoon jochie dat 's avonds voor het slapen gaan aan zijn moeder vraagt of ze niet wil vergeten het raam op een kiertje te zetten. Zwarte Piet komt natuurlijk nog langs en die moet wel naar binnen kunnen.
Eigenlijk is het te gek voor woorden dat je als krant überhaupt zo in actie moet komen. Laat de politiek daar eens goed over nadenken.
Geert ten Dam
(Dit commentaar heeft zaterdag 26 november in de krant gestaan. Bij het schrijven ervan was nog niet bekend dat Jossef voorlopig in Alkmaar mag blijven)
