ALKMAAR - De bewoners zijn in meerderheid tegen, het bedrijfsleven is voor en heeft de beste papieren voor de Bestevaerbrug. In januari hakt de gemeenteraad de knoop door.
De ondernemers weten zich geruggensteund door de gemeente die de Bestevaerbrug (de meest oostelijke brug van de stad) tot speerpunt heeft verheven. Maar niet zonder inspraak.
Een groep bestaande uit onder meer bewoners (Oud- en Nieuw Overdie, Schermereiland en Oudorp), ondernemers, scheepvaartwereld is om advies gevraagd. Een keer of vijf hebben ze vergaderd over de Bestevaerbrug: een oeververbinding tussen bedrijventerrein Oudorp en Oud-Overdie ter hoogte van de Bestevaerstraat.
De gemeente wil die brug graag. Onder de noemer 'prioriteit' staat hij op de verlanglijst van het college van b en w.
Voordeel: de provincie betaalt er een flinke klap geld aan mee. Miljoenen. Waarom? Via de Bestevaerbrug kunnen tractoren rijden die nu over de Alkmaarse ring gaan. Zo'n twintig per dag. Voor een eigen ventweg over het Noordhollands Kanaal was bij het 'versnellen' van de ring een paar jaar geleden geen geld en ruimte. De provincie wil die tractoren op termijn niet meer op de snelweg zien.
Punt twee: meer burgers pakken de fiets naar hun werk als die brug er ligt. Wie van Oudorp naar de Praxis wil, spaart kilometers trappen uit.
Die impuls is de provincie ruim twee miljoen euro waard. Al met al reden voor de gemeente om de verbinding van louter fietsbrug (zoals het aanvankelijke idee was) op te waarderen tot een volwaardige brug voor al het verkeer. Hoeveel bijdrage er komt vanwege de tractoren maakt de provincie binnenkort bekend. De brug kost tussen de tien en veertien miljoen euro.
De buurtbewoners van Oud- en Nieuw Overdie en het Schermereiland zijn niet blij met die oeververbinding, de bootbewoners evenmin. Twaalf woonschepen liggen er waarvan acht naar een andere plek moeten. De Hoornsevaart is in beeld.
De brug zuigt (sluip)verkeer aan, geeft lawaai, brengt uitlaatgassen, terwijl er 'een voortreffelijke verbinding' is: de ring om Alkmaar.
Lees meer in de Alkmaarsche Courant van 12 november.
