Een beslissing over de aanleg van een tweede grote zeesluis in het Noordzeekanaal is volgens minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat op korte termijn niet te verwachten. Eerst moet duidelijk worden waar het geld - een slordige 570 miljoen euro - vandaan komt. Zeker is dat het Rijk een deel van de kosten bij moet leggen. De minister denkt dat op korte termijn maatregelen mogelijk zijn waardoor de capaciteit van het sluizencomplex wordt vergroot.
Te denken valt volgens hem bij voorbeeld aan het weghalen van het zandtransport (boten met zand uit de IJ-geul). Een dergelijke mogelijkheid zal in overleg met de Amsterdamse haven worden onderzocht. Uit een studie van Rijkswaterstaat blijkt dat een tweede zeesluis de beste oplossing is voor het opvangen van de voorziene groei van de haven en daarmee van de scheepvaart. Maar in een brief aan Amsterdam maakte Eurlings onlangs al duidelijk dat hij geen haast heeft.
Uit deze brief bleek tevens dat hij de effecten van de kredietcrisis wil afwachten. Tevens houdt hij er rekening mee dat de groeicijfers van de haven naar beneden zullen worden bijgesteld en het scheepvaartverkeer minder snel zal groeien.

