Het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel ambieert een hoofdrol in het nieuwe Nationaal programma voor kust- en zeeonderzoek. De zeewetenschappers willen zich in het bijzonder richten op uitgebreide en langjarige metingen (monitoring) in de Waddenzee.
Interim-directeur H. Ridderinkhof van het NIOZ: ,,Keer op keer blijkt onze kennis over de wadden onvoldoende. Dat leidt tot halfslachtige beleidsadviezen, tot hapsnap beleid.’’Alle Nederlandse kennisinstituten en universiteiten die activiteiten ontplooien op het gebied van kust- en zeeonderzoek hebben ideeën ingediend voor het nationaal programma. Dat richt zich niet alleen op de Waddenzee, ook de Noordzee en de oceanen krijgen aandacht. Om het programma zo volledig mogelijk uit te voeren is jaarlijks minimaal tien miljoen euro nodig.
Minister Van der Hoeven (Onderwijs) draagt twee miljoen per jaar bij. Ze heeft haar collega’s gevraagd ook een duit in het zakje te doen.
De regie van het programma berust bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderwijs (NWO), die een miljoen euro per jaar bijdraagt. Na langjarige monitoring van de wadden kunnen nauwkeurige prognoses gedaan worden over bijvoorbeeld de draagkracht van het gebied. Wat kan wel, wat kan niet? Het leidt tot beter onderbouwde beleidsadviezen.
Het NIOZ wil onder andere meer fundamentele kennis vergaren over wadzaken als plankton, stromingen, zoutgehalte, watertemperatuur, vogels en slib. Zo zijn er aanwijzingen dat het ecosysteem wordt verstoord door gewijzigde bloeiperiodes van het plankton.
En wat zijn de gevolgen van oplopende watertemperaturen door de klimaatverandering? Kan de slibaanvoer de effecten van gaswinning in de Waddenzee (bodemdaling) inderdaad bijbenen? Ridderinkhof: ,,Als instituut voor fundamenteel onderzoek willen we op zoek gaan naar antwoorden op ’waarom’ vragen. Waarom is het ene jaar qua vogelaantallen het andere niet? Zijn dat natuurlijke variaties, of kunnen we een relatie aantonen met menselijke activiteiten? We nemen zaken waar, maar moeten het antwoord op de vraag ’waarom’ nog nog te vaak schuldig blijven.’’
Het NIOZ wil voor de wadmonitoring alles uit de kast halen. Overal in het waddengebied zullen hypermoderne zelfmetende systemen geplaatst worden. De vogels worden bespied met radar. De onderzoekers zelf zullen zich met emmer en schepje in het slijk begeven, om bijvoorbeeld vast te stellen hoe het met het bodemleven is gesteld.
Volgens Ridderinkhof moet Nederland op het vlak van fundamenteel zeeonderzoek een flinke inhaalslag maken, en biedt het Nationaal Programma daar goede kansen voor

