Het kortsnuitzeepaardje rukt van het zuiden op naar de noordelijke wateren. Dat valt onder meer af te leiden uit de vondst van zo’n diertje op het strand van Texel. De tien centimeter lange rariteit wordt opgenomen in de collectie van Ecomare, het Centrum voor wadden en Noordzee op het eiland.
Tot tien jaar geleden werden deze diertjes vrijwel nooit gesignaleerd voor de Nederlandse kust. Duikers en vissers zagen er in de zomermaanden van 2004 echter in de Oosterschelde een stuk of tien, een record.Volgens Hans Witte van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) komt het bijna nooit voor dat een zeepaardje op het strand wordt gevonden. ,,Zelfs zeenaalden, een hier veel voorkomend familielid van het zeepaardje, spoelen zelden aan.’’
Heel incidenteel wordt voor onze kust behalve de kortsnuitvariant ook het klein of langsnuitzeepaardje (Hippocampus ramulosus) aangetroffen. Voor zover ze in onze wateren leven, komen ze het meest voor in de Oosterschelde. Een enkel exemplaar belandt in de Westerschelde, het Grevelingenmeer, de Waddenzee en de Noordzee.
Zie ook www.ecomare.nl en http://www.anemoon.org/

