door marten visser
Zo, dat was nog even proppen en stapelen. Passen en meten om al die spullen die voor Alpe d'HuZes naar Frankrijk moeten in twee vrachtwagens te krijgen.
Want natuurlijk komt iedereen weer op het laatste moment met al zijn spulletjes aan, foetert Walter Koevoet goedmoedig. ,,Dan denk je wel eens: ’gloeiende, gloeiende...’ Ze weten het al een hele tijd, waarom dan op het laatste moment? Maar ach, zo gaat dat.’’
En omdat vrachtwagenchauffeurs nu eenmaal geen types zijn die overal een probleem van maken werden de twee wagens op een gegeven moment maar weer helemaal leeg gehaald, zodat alle spullen opnieuw (en zo economisch mogelijk) in de grote laadbakken konden worden gestouwd. De mannen van Rutges Cargo zijn onmisbaar. Dat is een groot woord, maar je kunt het gerust zo stellen.
Je kunt het namelijk zo gek niet bedenken of ze brengen het naar de verzamelplaats aan de voet van de Alpe d’Huez. Allerlei spullen van de organisatie én dingen van deelnemers. Het hele land werd doorkruist. ,,We hebben spullen opgehaald in allerlei plaatsen. Dat is best nog even heel druk geweest, maar het is gelukt. We hebben van alles mee. Flesjes frisdrank, keukenapparatuur, partytenten, speakers voor langs het parcours, chips die de deelnemers aan de fiets krijgen, koelkasten. Laat ik het zo zeggen: als wij in Frankrijk ergens stranden, dan is er geen evenement.’’
En hoe zit dat dan met spullen van deelnemers? ,,Er zijn er bij, die met het vliegtuig gaan. Dan nemen wij de fietsen en de tentjes mee.’’ Eén ding is zeker: de fietsers gaan in Frankrijk niet van de dorst omkomen.
Want sponsorende bedrijven komen volgens Koevoet soms heel royaal uit de hoek. Zoals Extran, leverancier van sportdrank. ,,Dat zou 3600 flesjes sponsoren, maar dat is volgens mij 3600 liter geworden. Een drankenhandel beloofde vijfhonderd blikjes bier. Ik heb het niet nageteld, maar ik denk dat ze er toch gauw vijftienhonderd hebben neergezet.’’ En ja, dan wordt het dus proppen.

